Verbindend schoolklimaat

Schoolklimaat

In een verbindend schoolklimaat gaan leerlingen graag naar school. Een verbindend schoolklimaat komt tot stand door een geïntegreerd en holistisch beleid op leerlingenbegeleiding. 
Een schoolcultuur ontstaat als alle leerlingen en schoolpersoneel zich de sociale relaties, waarden en normen, structuren en interactiepatronen eigen maken en hun gedrag hier aan aanpassen.
Keppens en Spruyt spreken in hun SONO-onderzoeksrapport over: “the quality and character of school life and is based on patterns of people’s experiences of school life and reflects norms, goals, values, interpersonal relationships, teaching and learning activities, and organizational structures” .

Verbinden met een autoritatief schoolklimaat

Een verbindend schoolklimaat wordt bepaald door een bepaald niveau van responsiviteit en academische veeleisendheid.

Responsiviteit verwijst naar de graad van warmte, ondersteuning en vertrouwensvolle relaties tussen het schoolpersoneel en de leerlingen.

Academische veeleisendheid verwijst naar het streven naar hoge academische standaarden en het aanbieden van een duidelijke structuur en discipline.

Volgens het niveau van responsiviteit en academische veeleisendheid zijn 4 schooltypes te onderscheiden.

  Lage responsiviteit Hoge responsiviteit
Lage academische veeleisendheid Onverschillig schoolklimaat Toegefelijk schoolklimaat
Hoge academische veeleisendheid Autoritair schoolklimaat Autoritatief schoolklimaat

Onverschillig schoolklimaat zet niet in op een vertrouwensrelatie met de leerlingen en stelt geen hoge academische doelen voorop. Vergelijkbaar met een laisser-faire houding.

Toegefelijk schoolklimaat investeert in een vertrouwensrelatie met de leerlingen, maar stelt in mindere mate academische vereisten. Er wordt minder ingezet op discipline en op het onderhandelen van bepaalde regels met de leerlingen.

Autoritair schoolklimaat duidt op duidelijke academische ambities ten aanzien van de leerlingen. Maar er is een gebrek aan participatie en wederzijds vertrouwen tussen schoolpersoneel en leerlingen om die  doelen te verwezenlijken. Communicatie gebeurt voornamelijk top-down.

Autoritatief schoolklimaat combineert een veeleisende en gedisciplineerde aanpak op academisch vlak met een responsieve aanpak. De academische ambities zijn duidelijk geformuleerd en leerlingen krijgen ruimte om te participeren.

Onderzoekers G. Keppens en B. Spruyt (2016) stelden in hun SONO-onderzoek vast dat het autoritatief schoolklimaat de meest positieve impact heeft op spijbelgedrag.

Responsiviteit blijkt belangrijker bij de preventie van spijbelen dan academische en disciplinaire veeleisendheid. Academische veeleisendheid blijkt alleen succesvol als het gecombineerd wordt met responsiviteit. Als leerlingen hun schoolomgeving als ondersteunend ervaren, blijken ze meer bereid een hoge academische en disciplinaire standaard te accepteren.

Als leerlingen gedwongen worden tot een zeer veeleisende structuur zonder een basis van wederzijds vertrouwen, heeft een veeleisende aanpak weinig kans op slagen. In die omstandigheden zullen leerlingen wellicht geneigd zijn om tegen de autoriteit te rebelleren.

Autortitatief schoolklimaat

Autoritatieve scholen combineren een veeleisende en gedisciplineerde aanpak op academisch vlak met een responsieve aanpak. Dit type scholen zet in op:

  • Ambitieuze leerdoelen realiseren
  • Duidelijke regels en discipline
  • Warmte, vertrouwen en veiligheid

Ondersteunende relaties, duidelijke doelen en een hoge graad van betrokkenheid zorgen ervoor dat ook de leerlingen zich de waarden en normen van de school eigen maken. Hetzelfde principe vindt plaats bij schoolbinding.

Autoritatieve scholen slagen er dan ook vaker in om schoolbinding op het niveau van de leerling te realiseren. Een sterke schoolbinding zorgt voor een buffer tegen spijbelen.

(Individuele) schoolbinding

De mate waarin leerlingen zich emotioneel verbonden voelen met de school, heeft een impact op het spijbelgedrag. Als er een positieve emotionele verbondenheid is, dan is de kans op spijbelgedrag kleiner.

Hirsci toont met zijn onderzoek aan dat leerlingen die zich verbonden voelen met significante anderen op school minder geneigd zijn om te spijbelen. Individuen zijn alleen geneigd afwijkend gedrag te stellen als er een gebrek aan sociale binding is met pro-sociale significante anderen.

Schoolbinding komt tot stand door een wisselwerking tussen 4 kenmerken:

  • Hechting: de graad van affectie die over de jaren heen groeit tussen een leerling en significante anderen in de school
  • Betrokkenheid: de hoeveelheid tijd die een leerling spendeert aan schoolgerelateerde activiteiten
  • Inzet: de hoeveelheid acties die een leerling investeert in schoolgerelateerde activiteiten zoals huiswerk, studeren voor toetsen en examens
  • Geloof: overtuigd zijn van de morele legitimatie van de sociale regels en het belang van een diploma secundair onderwijs

Het risico op spijbelen vermindert als een leerling:

  • Gehecht is aan de school door voldoende affectie voor betekenisvolle anderen in de school
  • Zich inzet voor schoolgerelateerde activiteiten
  • Participeert aan die activiteiten
  • Gelooft in de schoolregels

Daarenboven toont onderzoek aan dat leerlingen die meer betrokken zijn bij de school betere onderwijsprestaties leveren.

Meer informatie in het onderzoeksrapport van G. Keppens en B. Spruyt: Steunpunt onderwijs onderzoek - Paper 'Scholen die verbinden. Naar een beter begrip van de impact van binding en een ‘autoritatief’ schoolklimaat op spijbelen', 2016, Gil Keppens en Bram Spruyt

Participatie

Participatie is een noodzakelijke voorwaarde om een verbindend schoolklimaat op te bouwen en te ontwikkelen.

Lees meer over: Verbindend schoolklimaat door participatie

Naar boven