Schooldirecteurs hebben een uitdagende, maar vaak stresserende job


Persbericht kabinet Vlaams minister van Onderwijs, 26 april 2018


Schooldirecteurs in Vlaanderen hebben een uitdagende, maar vaak stresserende job. Een sterk schoolteam is doorslaggevend voor het welbevinden van de directeur. De werkdruk ligt hoog en te veel directiewissels werken niet bevorderend. Dat blijkt uit een onderzoek dat Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits heeft laten uitvoeren. Meer kansen tot vorming, minder administratieve taken en een beter loon zijn aandachtspunten. Met de nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst, het lesvrij maken en een betere verloning voor een belangrijk deel van de directeurs van het basisonderwijs komt minister Crevits tegemoet aan verschillende aanbevelingen van het onderzoek. De aanbevelingen zijn ook belangrijk voor het toekomstplan voor het basisonderwijs.

De 4100 schooldirecteurs vervullen een cruciale rol in de realisatie van kwaliteitsvol onderwijs in hun school. Ze spelen een belangrijke rol voor het welbevinden, de deskundigheid en de professionalisering van het lerarenteam, zorgen voor onderwijsvernieuwingen en stippelen het beleid van hun school uit. Op die manier beïnvloeden ze in belangrijke mate het leren van leerlingen. Daarom hebben we nood aan sterke en enthousiaste schoolleiders in scholen.

Studie naar stress en welbevinden

Op vraag van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits heeft de Universiteit van Gent een onderzoek gevoerd naar stress en welbevinden bij schooldirecteurs in het basis- en het secundair onderwijs. 67 directeurs namen deel aan het onderzoek dat vooral een zicht wil bieden op welke factoren bepalend zijn voor hun welbevinden, stress en burn-out.

Er werd gepeild naar de factoren die bijdragen tot een verhoging van het welbevinden en de vermindering van stress. Daarnaast werd er gevraagd hoe directeurs kunnen versterkt worden en welke aandacht er nodig is bij bestuurlijke schaalvergroting in functie van het welbevinden van directeurs. Drie groepen schoolleiders werden hierbij bevraagd: sterke schooldirecteurs, directeurs van scholen met een groot verloop, en directeurs die in scholen met een kwetsbare leerlingenpopulatie werken.

Uit het onderzoek blijkt dat de tevredenheid en het enthousiasme over de job gemiddeld tot hoog zijn.  Vaak hebben directeurs evenwel te kampen met stress en met symptomen van burn-out, vooral in basisscholen met veel directiewissels. De helft van de directeurs vertoont symptomen van burn-out. Dit is een algemeen gegeven, maar we zien het vooral bij directeurs in basisscholen met veel directiewissels.  Zowel het lerarenteam, leerlingen als ouders kunnen voor stress zorgen. 

De directeurs ervaren hun takenpakket als zeer uitgebreid waardoor ze het gevoel hebben continu aan het werk te zijn maar toch moeilijk rond raken met hun taken. Een gezonde balans tussen werk en privé vormt een belangrijke beschermende factor tegen burn-out symptomen.

Als waardering voor het beroep zou een betere verloning betekenisvol zou zijn. Er zijn ook heel wat frustraties over loonverschillen op basis van leerlingenaantallen. Tegelijk is het loon niet prioritair als het om welbevinden gaat.  Ze rekenen op extra beleidsondersteuning en administratie.

Het schoolteam in de eerste plaats, maar ook de leerlingen en de ouders zijn belangrijke bronnen van welbevinden voor de directeurs. Sterke directeurs en directeurs in scholen met een kwetsbare populatie halen veel voldoening en enthousiasme uit het werken aan pedagogische taken, het halen van doelen en vernieuwingen omdat ze dit als hun kerntaak zien. Meer kwetsbare leerlingen is geen negatieve factor. Ze stellen wel dat ze een groot deel van hun tijd spenderen aan administratieve taken en wijzen op hun uitgebreid takenpakket wat ook voor stress kan zorgen. Ze klagen ook over te weinig autonomie. Maar tegelijk stellen de onderzoekers vast dat ze niet altijd goed kunnen delegeren. Dit is een leerproces.

Bijna alle schooldirecteurs hebben bij de start van hun carrière een vorm van aanvangsbegeleiding gekregen. Ze pleiten voor nog meer professionalisering. De directeurs geven ook aan moeite te hebben om sterke leraren aan te trekken.  Ze vinden het belangrijk om bij de aanwerving van leraren en het personeelsbeleid de nodige autonomie te hebben.

Maatregelen

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits grijpt deze studie en de aanbevelingen aan om het gevoerde beleid verder te zetten en zal ze ook meenemen in de verdere uitwerking van het toekomstplan basisonderwijs. Verschillende aanbevelingen zijn al concreet vertaald in maatregelen:

  • In de nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst wordt in totaal voor 39 miljoen euro geïnvesteerd in het basisonderwijs: 15 miljoen voor het lerarenplatform en 24 miljoen euro voor beleidsondersteuning, aanvangsbegeleiding en professionalisering;
  • Alle directeurs voor scholen vanaf 100 leerlingen worden vanaf volgend schooljaar volledig lesvrij gemaakt en voor de directeurs van scholen met minder dan 100 leerlingen vermindert de lesopdracht met 4 uren per week. Hiervoor krijgen deze scholen extra lestijden. Dit is een investering van 3,5 miljoen euro.
  • Alle directeurs in het basisonderwijs krijgen vanaf volgend schooljaar een gelijk loon.
  • In het kader van de professionalisering van de directeurs wordt een budget van 0,5 miljoen euro beschikbaar gesteld.
  • De hervorming van de inspectie en de doorlichtingen moeten de planlast verminderen in het kader van Operatie Tarra.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “De directeur is van onschatbare waarde voor een school. De directeur bepaalt het beleid, zet vernieuwingen op het getouw, zorgt voor een sterk lerarenteam en bewaakt het leren van de leerlingen. De meeste directeurs voelen zich goed, maar er zijn duidelijke signalen van stress en burn-out en die gaan we niet uit de weg. Deze studie geeft aan welke factoren daar een rol in spelen. Verschillende aanbevelingen zijn intussen al vertaald in concrete beleidsmaatregelen. We nemen de aanbevelingen ter harte samen met de sociale partners.  Andere aanbevelingen zijn belangrijk met het oog op initiatieven die we voorbereiden zoals het toekomstplan voor het basisonderwijs.”