Coronamaatregelen: verlucht en ventileer voldoende

Waarom moet je voldoende verluchten en ventileren?

  • Zorgen voor verse lucht is een efficiënte manier om het besmettingsrisico op een infectieziekte te verkleinen. De luchtstromen voorkomen dat microdruppels zich verspreiden en in de lucht blijven hangen.
  • Verse lucht is, ook zonder besmettingsrisico, nodig om de binnenlucht gezond te houden en zo het lescomfort voor leerlingen en personeel optimaal te houden.

Naar boven

Hoe pak je het aan?

  • Maak een risicoanalyse. Ga na op welke manier jouw school het best kan verluchten en ventileren. Hou o.m. rekening met:
    • De luchtkwaliteit
    • De impact van extra ventilatie en verluchting op het thermisch en akoestisch comfort van leerlingen en personeel
    • Het mogelijk groter risico op valgevaar door het open houden van de ramen.
  • Duid een verantwoordelijke aan.
  • Zorg voor een duidelijke communicatie over het correct gebruik van de systemen.
  • Een goed onderhoud van de systemen is noodzakelijk. Bepaal in het onderhoudsschema (en -contract) de frequentie van nazicht (bv debiet verse lucht) en het vervangen van onderdelen (bv filters). Lees meer over de juiste luchtfiltering in scholen.

Naar boven

Hoe verlucht je en ventileer je lokalen?

Verluchten

  • Bij verluchten zet je gedurende een periode ramen en deuren die in contact staan met de buitenlucht wijd open.  Zo creëer je een verse luchtstroom.
  • Verlucht je lokalen zo vaak als mogelijk en minstens tijdens de pauzes en tussen de lesuren.

Ventileren

  • Bij ventileren ververs je voortdurend de lucht. Ventileer je lokalen dus permanent.  Zo laat je de vervuilde binnenlucht naar buiten stromen en vervang je ze door minder verontreinigde buitenlucht.
  • Je kan op verschillende manieren ventileren:

Kan alleen de deur van je lokaal open?

Zorg dan voor verse lucht door een nabije buitendeur of een raam in de gang op een kier te laten staan. Zo creëer je luchtstromen en kan verse lucht van buiten, via de gang, het lokaal in geraken.

Wat zijn goede ventilatiewaarden?

  • Voor kleine ruimtes met een beperkt aantal aanwezigen (burelen, kleine vergaderzalen,…): 
    • Ongeveer 1000 m3/h, dit houdt in:
      • 6 ACH (room air changes per hour) voor een ruimte van ongeveer 150 m³
      • 15 ACH voor een ruimte van ca 65 m³
    • Meestal kan je dat alleen doen door ramen of deuren open te zetten. Als ramen en deuren in tegenovergestelde gevels kunnen worden opengezet, is een kiepstand vaak al voldoende.  
  • Voor ruimtes met grotere groepen (klaslokalen, refters,…): 
    • Een CO2-concentratie die onder 900 ppm blijft. Daarvoor heb je ongeveer 40 m3/h per persoon ventilatie nodig, met een minimum van ongeveer 1000 m3/h. 
    • Als de mechanische ventilatie onvoldoende is, kan je ramen of deuren in tegenovergestelde gevels in kiepstand zetten, maar als die gevels meer dan 10 meter uit elkaar liggen neemt de effectiviteit af.
  • Een voldoende lange CO2-meting terwijl er activiteit doorgaat in het lokaal leert je of er voldoende geventileerd is voor de huidige bezettingsgraad. Tracht een CO2-concentratie lager dan 900 ppm aan te houden, door te ventileren en te verluchten. 
  • Lees meer over verse lucht in je klas tijdens corona.
     

Kan je onvoldoende verluchten en ventileren?

Neem de leerlingen dan regelmatig mee naar buiten voor een activiteit. Laat de ramen en deuren dan open.

Naar boven

Adviezen voor lokalen zonder mechanisch ventilatiesysteem

In klaslokalen zonder mechanisch ventilatiesysteem moet je ventileren en verluchten door ramen en deuren open te zetten. Over het algemeen kan je daarbij twee strategieën volgen, ook tegelijk als dat mogelijk is: 

  • ‘Geschakelde openingen’: Aan de tegenover elkaar liggende zijden van een gebouw en klas zet je ramen en deuren open. De over- en onderdruk aan beide zijden van het gebouw zorgt dan voor een constante luchtstroom. 
  • ‘Thermische trek’ (schoorsteeneffect): De bedoeling is om deuren of ramen open te zetten op verschillende verdiepingen of hoogtes, met de onderste opening aan de overdrukzijde, de kant waar de wind op botst. Doordat er een temperatuurverschil is tussen binnen en buiten en warme lucht stijgt, creëer je meer circulatie. Door ramen en deuren open te zetten, maak je de ruimte bovendien groter, wat altijd een goed idee is.

Zo zorg je voor een continue luchtstroom, en ben je dus aan het ventileren. In klaslokalen zonder mechanisch ventilatiesysteem is dat beter dan enkel nu en dan een paar minuten alles wijd open te zetten. Dan kan de concentratie aan CO2 en aerosolen misschien pijlsnel zakken, maar eens ramen weer dichtgaan, bouwt de concentratie even snel weer op. 
Het is bovendien eenvoudiger om de temperatuur gelijk te houden als je zorgt voor een continue stroom verse lucht. Meestal is het voldoende om ramen hiervoor in kiepstand te zetten. Je kan best aan het begin en op het einde van de dag, de ramen en deuren nog eens goed openzetten.

Samengevat

  • Zorg voor meerdere openingen per ruimte.
  • Liefst aan verschillende zijden van het gebouw met tussendeuren open.
  • Liefst op verschillende hoogtes in het gebouw met tussendeuren open.
  • Beter continu open dan alles korte tijd wijd open (‘luchten’).
  • Ramen open in kiepstand is meestal voldoende.
     

Naar boven

Adviezen voor de ventilatiesystemen

Als er een ventilatiesysteem aanwezig is, is het belangrijk om dat optimaal te benutten.
let op:

  • Onderhoud van het ventilatiesysteem: filters, toevoerroosters, warmterecuperatie (in eerste instantie de afdichting en daarna de werking)
  • Instelling klok, kalender en werktijden ventilatiesysteem nazien en eventueel bijstellen
  • Nagaan of de capaciteit (debiet) van het ventilatiesysteem (ventilatieroosters + regelkleppen + CO2-sensoren + ventilatoren) in elk lokaal maximaal wordt benut

Type C ventilatiesystemen: raamroosters en mechanische afvoer

  • Laat de roosters openstaan
  • Reinig regelmatig de roosters

Type D ventilatiesysteem

  • Schakel het systeem niet volledig uit. Anders werkt de ventilatie niet.
  • Gebruik verse lucht en zet het recirculatiesysteem af.
  • Laat het ventilatiesysteem langer werken: zet het vroeger aan en laat het langer doorwerken of laat het de hele dag aanstaan, ook al is het gebouw niet in gebruik.
  • Personeelsleden en leerlingen houden altijd 1,5 meter afstand van het ventilatierooster.
  • Verlucht extra door voor en na het gebruik van het lokaal ramen en deuren te openen, zeker bij het betreden van een lokaal dat eerder in gebruik was.
Luchtgroep met warmterecuperatie met warmtewiel
  • Controleer eerst de goede werking van de luchtgroep en alle dichtingen, in het bijzonder de dichtingen van het warmtewiel. Bij een lek bestaat het risico dat afgezogen lucht, die besmette microdruppels kan bevatten, terug de lokalen ingeblazen wordt.
  • Zolang je niet zeker bent dat de luchtgroep goed functioneert en dat alle dichtingen in orde zijn, schakel je de warmterecuperatie uit. Je moet daarvoor de bypass functie activeren.
  • Is het niet duidelijk hoe je de warmterecuperatie kan uitschakelen, contacteer dan de installateur.
  • Neem het reinigen van het warmtewiel mee op in het onderhoudsprogramma. Contacteer hiervoor je installateur.

Naar boven

Specifieke richtlijnen tijdens de koudere wintermaanden 

In klaslokalen zonder mechanisch ventilatiesysteem moet je voor voldoende verse lucht zorgen en tegelijk het comfortniveau zoveel mogelijk behouden. 
Uit onderzoek blijkt dat dit het beste lukt door meerdere ramen in kiepstand te zetten en dit te combineren met het openzetten van de deur. 

Wat werkt?

  • Ramen/deuren openen aan tegenoverliggende zijden van het lokaal. Er moet dan wel meer dan één raam in kiepstand staan, samen met een open deur aan de andere zijde van het lokaal.  
  • Deze maatregel combineren met alles openzetten na elk lesuur/speeltijd (intensief verluchten). 

Wat werkt niet?

  • Ramen/deuren openen aan één zijde van een lokaal. De enige manier om in dit scenario de CO2 concentratie toch onder 900 ppm te houden, is door ramen volledig open te zetten. Er zijn dan veel klachten over koude. De temperaturen in de klas zijn bij die methode ook erg laag. 

Als het niet lukt om voldoende te ventileren kan je meer ramen in kiepstand zetten. Of er voldoende ventilatie is, kan je controleren met een CO2-meter.

Om tocht en koude te verhelpen, kan je een aantal zaken aanpassen aan de verwarmingsinstallatie zoals:

  • Roosters of ramen, zoveel mogelijk boven of in de buurt van warmteafgifte-elementen, (gedeeltelijk) openzetten.
  • De verwarming continu op laten staan tijdens de openingsuren van de school, als het kouder wordt (instelling pompen, voelers … bijstellen).
  • Eventueel de stooklijn van de ketel (laten) aanpassen, zodat warmteafgifte-elementen meer vermogen kunnen afgeven en het extra warmteverlies (meer) kunnen compenseren.
  • Bij vrieskou de nachtverlaging bijstellen of eventueel uitschakelen

Naar boven

Wat met een mobiele airco-installatie in je school?

Een mobiele airco zorgt niet voor ventilatie of verluchting. Als je ze gebruikt, is het van belang om altijd zowel te verluchten als te ventileren.

Een mobiele airco zuigt warme lucht uit de ruimte. Deze lucht gaat door een warmtewisselaar die de lucht opsplitst. Koude lucht wordt dan de omgevingslucht ingeblazen. De warme lucht wordt naar buiten geleid.

Soms is bij extreme hitte een mobiele airco de enige manier om de temperatuur in de lokalen draaglijk te maken. Als je de mobiele airco verkeerd gebruikt, kunnen besmette microdruppels zich gemakkelijker verspreiden. Neem daarom de volgende maatregelen:

  • Blijf voldoende verluchten en ventileren, ook al verbruikt de mobiele airco daardoor meer energie.
  • Plaats de mobiele airco zo dat hij de lucht aanzuigt vanuit een zone waar geen of minder personen aanwezig zijn. 
  • Richt de airco nooit rechtstreeks op personen.
  • Gebruik aangepaste filters (na te vragen bij de producent).
  • Schoolpersoneel en leerlingen houden minstens 1,5 meter afstand van de airco-unit.

Naar boven

Wat met ventilatoren?

Een ventilator zorgt voor luchtverplaatsing en voor een verkoelend gevoel. Als je ze toch gebruikt, is het van belang om altijd zowel te verluchten als te ventileren.

Bij een goed werkend ventilatiesysteem heeft het geen zin om een ventilator te gebruiken.

Een ventilator kan zorgen voor toevoer van verse buitenlucht. Als je de ventilator verkeerd gebruikt, kunnen besmette microdruppels zich gemakkelijker verspreiden. Neem daarom de volgende maatregelen:

  • Houd ramen en/of deuren open.
  • Plaats de ventilator met de achterkant naar het open raam om extra luchttoevoer te creëren. De ventilator kan ook met de achterkant naar de klas gericht worden, zodat (warmere) luchttoevoer vanuit de gang gecreëerd wordt.
  • Plaats de ventilator zo dat er geen lucht van de ene op de andere persoon kan blazen. 
  • Schoolpersoneel en leerlingen houden minstens 1,5 meter afstand van de ventilator.
  • Richt de ventilator nooit rechtstreeks op het gezicht van de leerlingen of van het personeel.

Naar boven

Adviezen voor ventilatiesystemen in sanitaire ruimtes

  • Microdruppels met coronavirus kunnen in de lucht geraken als je het toilet doorspoelt. Houd daarom het deksel gesloten als je doorspoelt.
  • Mechanische ventilatie

    • Schakel het ventilatiesysteem niet uit.  Laat het 24 op 7 aan.

    • Let er op dat de sanitaire ruimte in onderdruk staat ten opzichte van de andere ruimten. Vermijd daarom open ramen.

  • Geen mechanische ventilatie: Controleer of er geen luchtstroom ontstaat naar de gang als je de ramen openzet, zodat de microdruppels zich niet kunnen verspreiden als je doorspoelt.

Naar boven

Ondersteuning en extra informatie

Naar boven

Subsidies voor ventilatie nodig?

Via een verkorte procedure kan je bij AGION subsidies aanvragen voor:

  • Verbouwingswerken in of aan je gebouw
  • Werken aan het sanitair 

Vragen over subsidiemogelijkheden voor verluchten/ventileren of noden? Mail rf@agion.be.