Functioneringsgesprekken als instrument voor kwaliteitsontwikkeling

In alle onderwijsniveaus zijn evaluatie- en functioneringsgesprekken gevoelige materie. Lisbeth Wolfs, directeur van de Kunstacademie van Schoten ontwikkelde een eigen instrument. “Om de positieve energie in de school te bevestigen en een rechtvaardige verdeling van de taken te bewaken.”

Door Veerle Vanbuel

Lisbeth Wolfs is ervan overtuigd dat intensieve informele contacten de beste garantie zijn om de obligate inzet van elke collega te genereren.  Ze is dagelijks op school en kan daardoor kort op de bal spelen. “Vroeger dacht ik dat dat volstond om de efficiëntie van alle collega’s te verzilveren.” 

Informele en formele gesprekken

Toch koos je op een bepaald moment voor bijkomende formele gesprekken. Waarom?

Lisbeth Wolfs: “Leraren verwachten terecht dat een directeur hen aanstuurt en duidelijk maakt wat hun opdracht inhoudt.  Als je dit als directeur niet doet, dan gaan collega’s onderling en onderhuids oordelen over elkaar. Niet zelden vanuit de, soms onterechte, perceptie dat de andere collega zich onvoldoende inzet.  Dat wil ik niet. Ik sta liever persoonlijk borg voor de inzet van elke collega.
Ik wil bewaken dat iedereen een rechtvaardig aandeel van het werk opneemt, dat elke leraar doet wat minimaal binnen zijn of haar opdracht verwacht mag worden. Tegelijk besef ik dat er altijd verschillen zullen blijven. De ene mens ‘smijt’ zich nu eenmaal meer dan de andere.
Die gesprekken geven me vooral de kans om de kwaliteitsvolle inzet van elke leraar te bevestigen. Dat is mijn allerbelangrijkste drijfveer om dit te doen. Volledigheidshalve geef ik nog mee dat deze werkwijze het fiat kreeg van het kernteam van leraren en jaarlijks geëvalueerd wordt. Ik speel hier geen soloslim.”

Hoe verloopt zo’n functioneringsgesprek in de praktijk? 
“We plannen die gesprekken jaarlijks in december en voorzien een half uur per leraar. Vooraf vullen leraren online een zelfevaluatie in. Noem het een spiegel waarin alle profielen van hun veelzijdige opdracht aan bod komen: de organisator, pedagoog, kunstenaar, collega, ‘levenslang’ lerende…
Een tweede instrument is de ‘takenportefeuille’ die we tijdens dat gesprek opstellen en bespreken. Daarmee probeer ik een objectief zicht te krijgen op wat een leraar effectief doet voor de school, rekening houdend met zijn of haar sterktes, talenten en mogelijkheden. Wie voltijds werkt moet kunnen aantonen dat hij of zij in de 37 lesweken voltijds bezig is voor de school. Dat is het uitgangspunt.”

Wat kan er allemaal in die takenportefeuille zitten? 
“Daarin nemen we de contacturen op, maar ook de uren die elke leraar aan zijn lesvoorbereidingen besteedt. Uiteraard brengen we ook artistieke prestaties in rekening. Ik denk aan onze kunstenaars die jaarlijks exposeren, aan onze componisten die voor ons repertoire zorgen, aan onze muzikanten, woordkunstenaars en dansers die zich artistiek blijven ontplooien… Deze activiteiten hebben een gunstige invloed op het artistieke proces in de klas en stralen ook af op de school. Bijkomend spiegelen leerlingen zich graag aan wat hun leraar ‘doet’, aan wie hun leraar ‘is’… 
Ik ga er ook van uit dat elke collega overlegt met de collega’s, waar mogelijk een activiteit coördineert en aanwezig is op één of meerdere concerten of producties van de academie. Zelfs de aanwezigheid op het personeelsfeest wordt gehonoreerd omdat het getuigt van een professioneel en collegiaal engagement.
Tijdens zo’n gesprek vraag ik ook standaard naar hun actuele dromen binnen de context van de school en peil ik naar eventuele frustraties. Ik geef hen de kans om die nog eens te benoemen al staat de deur hier altijd open. Elk jaar kom ik zo verrassende dingen te weten, ook van collega’s met wie ik veel contact heb. Dat geeft me dan weer de kans om bij te sturen. De ervaring leert me dat de meeste collega’s dit een eerlijk systeem vinden.”

Kwaliteit bewaken met het intentieplan

De functioneringsgesprekken zijn er niet alleen om een evenwaardige en rechtvaardige taakverdeling na te streven. Ze zijn ook een manier om aan kwaliteitszorg te doen. Patrizia Enna, beleidsondersteuner, verduidelijkt: “De concerten en tentoonstellingen zijn het meest overtuigende bewijs dat er in de academie goed gewerkt wordt. Daarnaast is ook het intentieplan een handig instrument voor kwaliteitsbewaking. Ook dat komt tijdens de functioneringsgesprekken aan bod.” 

Wat is een intentieplan? 
Patrizia Enna: “Het is een soort jaarplan waarin we peilen naar hun visie als ‘leraar’ en hun missie en passie als ‘kunstenaar’. In het individuele luik beschrijft elke leraar het traject dat hij/zij dit schooljaar met de leerlingen wilt afleggen. Beschouw het als een werkinstrument waarin elke leraar zijn/haar ervaringen noteert en evalueert.  Daarnaast omvat het intentieplan een collectief luik dat opgesteld wordt door alle collega’s van de vakgroep. Zo weten de vakcollega’s wie waar accenten legt en ontstaat er een weldoordacht en onderbouwd curriculum binnen elke graad.
We moedigen leraren ook aan om samen te werken. Via cross-overprojecten met andere domeinen geven zij hun leerlingen een bredere artistieke beleving mee. Bijkomend versterken ze op die manier elkaars kwaliteiten.”

Wat leer je door het intentieplan te bespreken met leraren? 
“Het geeft ons een persoonlijke kijk op wie ze zijn. We ontdekken de sterktes van onze leraren, ook de voordien ongekende. Bijkomend is het een toetssteen voor ons: zijn er nog werkpunten, waar moeten we nog meer op inzetten? En voor de leraar is het zowel een werkinstrument als een zelfevaluatie.  ‘Focus ik niet te eenzijdig op vakmanschap? Wat loopt er goed? Waar kan ik nog meer aandacht aan schenken?’
We zijn ons bewust van de beperktheid en de relativiteit van al deze instrumenten, en beseffen in alle bescheidenheid dat het niet meer is dan een eerlijke poging om een eerlijke taakbelasting na te streven.”