Van leerlingvolgsysteem tot evaluatiefiche

Van één A4 naar vijf. Het leerlingvolgsysteem dat de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans in Turnhout uitwerkte, groeide met de komst van het nieuwe decreet exponentieel. Toch blijft het een nuttig document. 

Door Veerle Vanbuel

Met 13 zijn ze, de pianoleraren van de academie van Turnhout. Omdat de groep zo omvangrijk is, ontstond in 2014 de nood aan een gemeenschappelijke tool die duidelijk maakt wat de academie in de pianoklassen wil bereiken. Dat zegt Lydia Rommes, leraar piano en coördinator van de vakgroep klavierinstrumenten. “We begonnen met het uitwerken van een gedetailleerde leerlijn op basis van de OVSG-doelen. Met dat ene A4’tje bij de hand kon elke leraar in een bepaalde graad dezelfde dingen nastreven. Ook voor nieuwe leraren was dat handig.” 
Bij elk doel stond ook vermeld of de leerling al met dat onderdeel gestart was, ermee bezig was of het al had volbracht. Toen het leerlingvolgsysteem voor piano af was, werd het naar de andere instrumenten en disciplines vertaald.”

Aanpassing aan het nieuwe decreet

Met het nieuwe decreet en de komst van de kerncompetenties moest het document een update krijgen. Weer was de tweede graad piano het vertrekpunt. Lydia Rommes: “Daar hebben we in het schooljaar 2018 - 2019 hard aan gewerkt. Eens het af was, begon de vertaling naar gitaar en de andere instrumenten. De competenties van de performer, de onderzoeker en de andere artistieke rollen blijven daarbij min of meer dezelfde. Alleen het vaktechnische is specifiek. Ook woord en dans deden dezelfde oefening. De derde en vierde graad pakken we nu aan.”

Betere feedback

Na de herwerking telt het document 5 pagina’s. Al die doelen bij elke evaluatie voor elke leerling nog meenemen, is onbegonnen werk. Toch is ook de uitgebreide versie erg nuttig, zegt directeur Greet De Clerck. “Als dat document naast je ligt op het moment dat je feedback op een evaluatiefiche schrijft, stel je een transparantere en duidelijkere evaluatie op omdat je alle aspecten in overschouwing neemt. Anders is een evaluatie snel iets met de natte vinger. Of het blijft bij ‘je doet je best’. Daarom is het ook heel zinvol voor instrumenten en disciplines waarvoor er maar één leraar is.
Omdat onze leerlijn nu zo duidelijk en verfijnd is, kunnen we ook heel goed verantwoorden waarom een leerling dat ene cijfer krijgt. ‘Hier staat dat jij dat en dat moet kunnen en dat heb je nog niet onder de knie, dus…‘ Een leraar kan nu ook gemakkelijker motiveren waar zijn cijfer vandaan komt.”

De hot items eruit filteren voor de evaluatiefiche

De nieuwe evaluatiefiche van de academie is op het leerlingvolgsysteem geënt. Voor alle instrumenten en domeinen bestaat er een fiche, kindvriendelijk of net meer volwassenen verwoord.  De Clerck: “De vakgroepen filterden daarvoor telkens een 14-tal hot items uit het leerlingvolgsysteem. Op de evaluatiefiche staat dus een selectie van competenties bij de verschillende rollen. Elk item wordt visueel gemaakt met een gekleurde balk met vijf onderverdelingen. Zo zien de leerlingen met Kerstmis en Pasen wat ze al goed doen en wat nog niet. Daarnaast is er ook ruimte voor woordelijke feedback. Daar kan een leraar inzoomen op een item uit het leerlingvolgsysteem dat niet op de fiche staat. De eindevaluatie in juni geeft de balkjes én een percentage weer.”
Een leerling krijgt zijn evaluatiefiche digitaal doorgestuurd. Al drukken sommige leraren het document ook af om het te bespreken met de leerlingen of ouders.  Het is immers frustrerend als de fiche ongeopend in de mailbox van de ouders blijft zitten. De Clerck: “De leraar zang heeft vorig jaar de fiches samen met haar leerlingen ingevuld. Dat was een heel fijne ervaring. Je staat stil bij hoe de leerlingen hun leerproces ervaren en tegelijkertijd heb je je evaluatie ook besproken. Een andere leraar liet het document thuis eens invullen om te weten hoe de leerlingen naar zichzelf kijken. Elke leraar kan er dus mee experimenteren.”
 

De evaluatie evalueren


De academie van Turnhout startte een vakgroep evaluatie. Die buigt zich over een nieuw evaluatiesysteem. “We schaffen niet halsoverkop de punten af”, zegt directeur Greet De Clerck. “Ik vind het belangrijk dat om er samen over te reflecteren, met voor- en tegenstanders van punten. Dat zal een sterk en gedragen format opleveren op maat van onze academie.” 
Volgende vragen liggen ter discussie:

  1. Behouden we een evaluatie met punten of stappen we over naar een ander systeem? Zorgt de afschaffing van punten en toetsen niet voor minder onderwijskwaliteit?
  2. Hoe kunnen we de huidige competentiegerichte evaluatiefiche zo eerlijk mogelijk invullen zodat het eindcijfer ook echt weerspiegelt wat we zeggen? 
  3. Het vaktechnische blijven we het belangrijkst vinden. Voor alle domeinen. Maar welke weging geven we het? Nu staat bij ons 70 procent van de punten op de rol van de vakman.
  4. Hoe zwaar laten we het proces doorwegen bij een beoordeling? Nu gebruiken we een 30/70-verhouding. Het rapport van Kerstmis en Pasen telt telkens voor 15% mee, het eindproduct voor 70%. 
  5. Kunnen we met vijf profielen werken? Van een individueel aangepast curriculum, tot de verdiepende student? Zo willen we er zijn voor de basisleerling, maar ook voor de leerling die naar het conservatorium wil doorstromen. 
  6. Blijven we werken met opgelegde werken? Met verplicht geheugenwerk? Leggen we een minimum-repertoire op? Een leerling die voor basis kiest, zal allicht vrijer kunnen kiezen dan de leerling die voor verdieping gaat.