Digisprong: veelgestelde vragen - scholen

Een overzicht van de veelgestelde vragen en antwoorden over Digisprong.
ICT-infrastructuur - ICT-schoolbeleid - ICT-competente leerkrachten, opleiders en digitale leermiddelen - Kennis- en adviescentrum 
(Update 3 juni 2021)

Zoek in alle vragen en antwoorden
ICT-infrastructuur
Wat krijgen scholen op het vlak van ICT-infrastructuur?

In mei 2021 kregen scholen middelen voor:

  • De versterking van de ICT-infrastructuur binnen de schoolmuren (generieke ICT-impuls voor connectiviteit, wifi, software, security,…)

    • Gewoon en buitengewoon kleuter- en lager onderwijs, voltijds secundair onderwijs en hbo5-opleiding Verpleegkunde
    • Uitgezonderd: OV 1 en 2 van het buitengewoon secundair onderwijs en het stelsel leren en werken.
  • Enkele toestellen voor gedeeld gebruik. Er wordt geen norm voorzien voor het aantal gedeelde toestellen. De school kan dit zelf bepalen vanuit haar pedagogisch-didactische visie. 
    • In elke klas van het gewoon en buitengewoon kleuteronderwijs 
    • In het 1ste, 2de, 3de en 4de leerjaar gewoon en buitengewoon lager onderwijs
  • Een digitaal toestel voor elke leerling van het 5de en 6de leerjaar gewoon en buitengewoon basisonderwijs 
  • Een ICT-toestel voor elke leerling:
    • 1ste, 3de, 5de en 7de leerjaar voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs
      • Uitgezonderd OV 1 en 2 en de leerlingen in het stelsel leren en werken

De leerjaren 1, 3, 5 en 7 van het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs zijn als berekeningsbasis gebruikt om de middelen toe te kennen voor dit schooljaar. Dit betekent niet dat de middelen per definitie prioritair voor deze groepen ingezet moeten worden. De school beslist autonoom over de volgorde in aankoop in functie van het eigen pedagogisch project.

Volgend schooljaar zal de tweede schijf voor het secundair onderwijs worden uitbetaald. De leerlingen die in de berekening van de middelen van dit schooljaar nog niet zijn meegenomen, vormen dan de berekeningsbasis voor de middelen die worden uitbetaald. Concreet worden de middelen voor ICT-toestellen berekend op de leerlingenaantallen in de overige leerjaren (2de, 4de, 6de), HBO5 van het secundair onderwijs, de modulaire structuuronderdelen, de onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers en de leerlingen die permanent onderwijs aan huis krijgen. De in aanmerking komende schoolbesturen ontvangen de middelen in 2022.  

Let wel: in deze tweede schijf zal rekening worden gehouden met de toestellen die de scholen eind 2020 al kregen als noodoplossing om het afstandsonderwijs mogelijk te maken (15.000 toestellen, als 1ste fase van de Digisprong). Deze toestellen zullen verrekend worden (voor 75% van de marktwaarde) in het bedrag dat aan de scholen nog uitbetaald wordt. 

In het buitengewoon onderwijs wordt niet gewerkt met een jaarklassensysteem. De leerlingen zijn wel verbonden aan een administratieve groep. Het is op basis van de gegevens van de administratieve groepen dat de verdeling van de middelen zal gebeuren.
Voor de leerlingen uit het buitengewoon onderwijs en leerlingen met bijzondere noden in het gewoon onderwijs kunnen de middelen voor ICT-toestellen ook aangewend worden voor aangepaste digitale leermiddelen.

Voor de leerlingen van de onderwijsvormen 1 en 2 van het buitengewoon secundair onderwijs en in het stelsel 'Leren en werken' worden aparte middelen voorzien van het relance-programma ‘Van kwetsbaar naar Weerbaar’. Het is de bedoeling om ook hier zo snel mogelijk een besluit van de Vlaamse Regering te laten goedkeuren. Info volgt later.

Maatregel

Budget

Bedrag per in aanmerking komende leerling

ICT-infrastructuur

50.017.009 euro

42 euro

Toestellen kleuteronderwijs tot en met 4de leerjaar basisonderwijs

14.509.856 euro

25 euro

Toestellen 5de en 6de leerjaar basisonderwijs

44.807.880 euro

290 euro

Toestellen secundair onderwijs (1/3/5/7de leerjaar)

120.309.510 euro

510 euro

Op basis van welke teldatum worden de middelen toegekend?

Hoeveel een school krijgt wordt berekend op basis van het leerlingenaantal dat op de teldag (1 februari 2020) in aanmerking komt voor de specifieke toelage. 

In het onderwijs wordt voor de berekening van omkadering, werkingstoelagen,…  steeds gewerkt met het leerlingenaantal op een specifieke teldatum. De standaard teldatum is eerste schooldag van februari van het vorige schooljaar. De lestijden, uren, punten die een school dus krijgt voor het schooljaar 2020 – 2021 zijn dus gebaseerd op de leerlingen op 1 februari 2020.

De keuze voor deze teldag is er 1 die in het verleden is genomen om de scholen zekerheid te bieden. Door het leerlingenaantal op deze datum te nemen weten de scholen ook ruim op voorhand hoeveel middelen ze zullen ontvangen.

De schommelingen kunnen uiteraard opgevangen worden door de reguliere en extra middelen die eerder werden toegelicht.

De school kreeg al extra ICT-middelen in 2020. Wordt dat verrekend?

In het schooljaar 2021-2022 wordt de tweede schijf voor het secundair onderwijs uitbetaald. In deze tweede schijf zal rekening worden gehouden met de toestellen die de scholen eind 2020 al gekregen hebben als noodoplossing om het afstandsonderwijs mogelijk te maken (15.000 toestellen, als 1ste fase van de Digisprong). Deze toestellen zullen verrekend worden (voor 75% van de marktwaarde) in het bedrag dat aan de scholen nog uitbetaald wordt. 

Moeten scholen de digitale toestellen al kopen in 2021?

Neen. De middelen dienen via aankoop, leasing of huurkoop aangewend te worden voor de doelstelling waarvoor ze worden toegekend en dit ten laatste in het schooljaar 2022-2023. Scholen krijgen ook de tijd zo om te werken aan een doordacht ICT beleid, het uitvoeren van de nodige netwerk infrastructuurwerken en het opleiden van leerkrachten.

Schoolbesturen die reeds in het schooljaar 2020-2021 werken met een huur-, huurkoop- of aankoopprogramma voor ICT-toestellen kunnen de middelen uiterlijk tot en met het schooljaar 2023-2024 aanwenden.

De aanwending van de middelen dient wel verantwoord te worden. De verantwoording moet ten laatste ingediend worden bij AGODI op 30 april 2024. De schoolbesturen die hun middelen uiterlijk in schooljaar 2023-2024 kunnen aanwenden, verstrekken de verantwoording uiterlijk op 30 april 2025. De stukken dienen ook ter verantwoording in de scholen te worden bewaard, teneinde controle door de verificatie van AGODI mogelijk te maken.  De onderwijsinspectie zal toezicht houden op de implementatie en de aanwending van de ICT-middelen en de aangepaste digitale leermiddelen van Digisprong in de onderwijsleerpraktijk.

De aanwending van de middelen wordt verantwoord op basis van facturen met ingangsdatum vanaf 1 januari 2021.

Kiest de school zelf het type ICT-toestel?

De schoolbesturen bepalen autonoom welk type ICT-toestel ze aankopen, huren of leasen om te delen of ter beschikking te stellen van de leerlingen alsook de volgorde in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs in functie van hun pedagogisch project.

Wat als het perfecte ICT-toestel duurder is dan het bedrag per leerling?

De schoolbesturen bepalen autonoom welk type ICT-toestel ze aankopen, huren of leasen om te delen of ter beschikking te stellen van de leerlingen alsook de volgorde in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs in functie van hun pedagogisch project.

Het uitgangspunt is dat elke leerling een toestel heeft. Dit is belangrijk voor de leerling zelf, niet enkel voor individueel leren tijdens het gebruik van het toestel, maar ook om ten allen tijde een toestel ter beschikking te hebben. Scholen moeten daarom ten laatste in schooljaar 2022-2023 digitale toestellen voor persoonlijk gebruik voorzien voor leerlingen via de digisprongmiddelen.

Indien de middelen voor de passende toestellen voor leerlingen ontoereikend zijn, kan aangevuld worden met de middelen uit de generieke ICT-impuls van schooljaar 2020-2021, de middelen uit Digisprong voor de ICT-infrastructuur in ruime zin of vanuit de reguliere werkingsmiddelen. Deze kunnen ook ingezet worden voor software, verzekeringen en onderhoud.

Opgelet, we moedigen de schoolbesturen aan om uiterste inspanningen te leveren om zo weinig mogelijk aan de ouders door te rekenen. Vanuit de principes van zorgvuldig bestuur  kunnen kosten ook niet zomaar doorgerekend worden aan de ouders.

Wat als het perfecte ICT-toestel goedkoper is dan het bedrag per leerling?

Vanaf het moment dat elke leerling een toestel ter beschikking heeft met digisprongmiddelen, kunnen overblijvende digisprongmiddelen geïnvesteerd worden in algemene ICT-infrastructuur.

Aan welke regels moeten scholen zich houden bij de aankoop?

De school staat zelf in voor de aankopen. Houd daarbij rekening met de aanbestedingsregels en met de regels voor duurzaam aankopen.

Bij de besteding van de ICT-middelen houden de schoolbesturen altijd rekening met de wet van 17 juni 2016 inzake de overheidsopdrachten. Dit is een subsidiëringsvoorwaarde die expliciet opgenomen is in het besluit van de Vlaamse Regering (BVR).

Aanbestedingsregels

Het subsidiebesluit wijzigt het toepassingsgebied van de wet op de overheidsopdrachten niet, maar stelt dat met die wetgeving rekening gehouden moet worden bij de aankoop van ICT-toestellen.

De wet op de overheidsopdrachten zelf (en de rechtspraak daarover) bepaalt welke overeenkomsten onder deze wet vallen. De wet is van toepassing op de overeenkomsten onder bezwarende titel die worden gesloten tussen één of meer ondernemers en één of meer aanbesteders en die betrekking hebben op het uitvoeren van werken, het leveren van producten of het verlenen van diensten. In die gevallen moet de wet toegepast worden.

Zoals ook in het verleden het geval was, zijn de schoolbesturen verantwoordelijk om op basis van concrete plannen te oordelen of ze die wet moeten toepassen. 

Zowel bij aankoop, huur of leasing gelden de aanbestedingsregels. Die regels zijn veelal afhankelijk van drempelbedragen. De raming van het bedrag van de opdracht bepaalt dan de toepasselijke regels.

  • De raming van een opdracht mag niet bedoeld zijn om een opdracht te onttrekken aan de regels door de opdracht op te splitsen in kleinere opdrachten. Dat kan slechts indien objectieve redenen dit rechtvaardigen.
  • Leveringen die met een zekere regelmaat worden verleend moeten geraamd worden op jaarbasis. 

Opdrachten tot €30.000 excl. BTW zijn opdrachten van  beperkte waarde en kunnen met een simpele onderhandelingsprocedure geplaatst worden.

Grotere opdrachten tot € 139.000 excl. BTW  (drempelbedrag voor 2020 en 2021) kunnen altijd geplaatst worden door de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaandelijke bekendmaking, waarbij een offerte wordt gevraagd aan een aantal ondernemingen.

Opdrachten boven het drempelbedrag (zier hierboven) moeten  in principe gepubliceerd worden en vanaf €214.000 excl. BTW (drempelbedrag voor 2020 en 2021) ook Europees. Dit kan enkel op het federaal platform. Hou er rekening mee dat deze elektronische procedures volgens een vast formaat verlopen.

  • Voor een goede voorbereiding is het volgen van een stappenplan aangewezen.
  • In elke procedure kan naast de prijs ook de kwaliteit als gunningscriterium toegepast worden.
  • Bij grote budgetten komen veel schoolbesturen boven de Europese publicatiedrempel. Het is ook mogelijk om gebruik te maken van een bestaande raamovereenkomst (bij een aankoopcentrale) als de voorwaarden het toelaten. 

Regels voor duurzaam aankopen

We bevelen aan dat de aangeschafte toestellen gefabriceerd worden met respect voor het milieu-, sociaal- en het arbeidsrecht. Een laptop of tablet doorloopt vaak een lange weg van grondstoffen tot eindproduct, wat toestellen kwetsbaar maakt voor inbreuken op onder meer mensen- en kinderrechten. Bij aankoop zijn ethische overwegingen dus zeker aan de orde.   

Je kan een duurzame laptop of tablet ook zien als onderdeel van onderwijs voor duurzame ontwikkeling. Onderwijs heeft niet alleen met het curriculum te maken maar met een geïntegreerde visie op onderwijsverstrekking, interne en externe relaties, schoolbeleid én infrastructuur (‘whole school approach’). Laat je school het goede voorbeeld geven door duurzaamheid op te nemen in de pedagogische visie, partnerschappen en… duurzame aankopen. Zo leren leerlingen niet alleen over duurzaamheid, maar zien ze het ook in de praktijk gebeuren. 

Schoolbesturen kunnen dus bijdragen aan duurzame ontwikkeling door ICT-producten aan te kopen die ecologisch en ethisch duurzaam zijn. De Vlaamse overheid reikt de scholen  richtlijnen en praktische informatie aan die zij als aankopers kunnen gebruiken in hun bestekken en bij overleg met leveranciers.  

Is een school verplicht om de middelen te gebruiken voor digitale toestellen en ICT-infrastructuur?

Ja. Bij vaststelling van misbruik van de middelen zullen de middelen of een gedeelte van de middelen van de schoolbesturen worden ingehouden. AGODI zal de nodige verantwoordingsstukken opvragen. 

  

Hoe verantwoordt de school de aankopen? Hoe gebeurt de controle?

Scholen behouden een grote autonomie in het realiseren van de Digisprong.
Scholen die al ver staan worden op dezelfde manier gefinancierd als scholen die nog een inhaalbeweging moeten maken. Elke school bepaalt zelf hoe het de middelen inzet (binnen de doelstelling waarvoor de middelen toegekend worden). 

Verantwoording

De middelen moeten worden aangewend voor het doel waarvoor ze zijn toegekend.

AGODI zal de aanwending van de middelen opvolgen en controleren. Het agentschap zal later een digitale tool ter beschikking stellen om over de aanwending van deze middelen te rapporteren. AGODI bezorgt de nodige instructies aan de schoolbesturen. 
 
Schoolbesturen verantwoorden de aanwending van de middelen op basis van facturen of andere verantwoordingsdocumenten met datum vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 augustus 2023. Voor schoolbesturen die reeds in het schooljaar 2020-2021 werken met een huur-, huurkoop- of aankoopprogramma voor ICT-toestellen is de uiterste datum van een verantwoordingsdocument 31 augustus 2024. De school dient de verantwoording dan in uiterlijk op 30 april 2025. 

Termijnen voor aanwending en verantwoording: 

  Bestedingstermijn

Datum verantwoordings-
stukken

Uiterlijke datum voor verantwoording
Schoolbesturen met reeds een huur-, huurkoop- of aankoopprogramma voor ICT-toestellen in 2020-2021 Ten laatste in schooljaar 2023-2024 Vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 augustus 2024 30 april 2025
Andere schoolbesturen Ten laatste in schooljaar 2022-2023 Vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 augustus 2023 30 april 2024

Het is belangrijk dat de scholen/schoolbesturen alle bewijsstukken ter beschikking houden voor controle. De verificatie zal controle uitoefenen op de aanwending van deze middelen.

Naast het ter beschikking houden van bewijsstukken kunnen schoolbesturen ook gevraagd worden om deze over te maken aan AGODI.
Volgende stukken kunnen bijkomend opgevraagd worden: overnameovereenkomsten, huurovereenkomsten, huurkoopovereenkomsten, leasingovereenkomsten, kassatickets, schoolfacturen (met onderliggend aankoopbewijs door de leerling of zijn ouders), raamovereenkomsten of een gunningsbeslissing indien de wet op de overheidsopdrachten van toepassing is. 

Wie is eigenaar van de toestellen?

De schoolbesturen bepalen autonoom of ze aankopen, huren of leasen om te delen of ter beschikking te stellen van de leerlingen alsook de volgorde in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs in functie van hun pedagogisch project.

Wordt ook als huur beschouwd: het model waarbij het schoolbestuur kiest voor een systeem waar leerlingen gebruik maken van een eigen ICT-toestel. In dit geval wordt op de schoolrekening op advies van de schoolraad een af te spreken bedrag in mindering van de schoolrekening gebracht.

De aanbeveling is wel dat scholen zelf het eigenaarschap opnemen en goede afspraken maken met leerlingen over het gebruik. Als de school de toestellen zelf aankoopt en een leerling verandert van school of stroomt uit, blijft het toestel eigendom van de school.  

Verder beslist de school in het eigen beleid en pedagogisch project wat kan en wat niet kan met de toestellen, bv voor thuisgebruik. Indien thuisgebruik wordt voorzien is dit best ongeacht de verblijfplaats van de leerling, dus ook als die verblijft in een internaat of een voorziening voor kinder- of jeugdwelzijn.

Wat gebeurt er met lopende overeenkomsten waarbij leerlingen nu rechtstreeks een toestel huren, kopen, leasen of huurkopen?

Scholen moeten ten laatste in schooljaar 2022-2023 digitale toestellen voorzien voor leerlingen via de digisprongmiddelen.

Wie nog in een lopend systeem zit, kan dat verder afwerken. Inzetten van de digisprongmiddelen kan in dat geval tot in schooljaar 2023-2024. De school dient de verantwoording dan in op uiterlijk 30 april 2025.

Enkele suggesties:

  • Scholen die werken met een systeem van huurkoop of aankoop via afbetalingen kunnen ervoor kiezen dit project verder te laten lopen met een uitdoofscenario. Dit is aangewezen indien de huurkoop in een eindfase zit en leerlingen nog maar een klein gedeelte moeten afbetalen. Belangrijk is dat de leerling eigenaar wordt van het toestel zonder dat daarvoor digisprongmiddelen worden gebruikt. Scholen in deze situatie gebruiken de digisprongmiddelen voor de nieuwe leerlingen die instromen, en parkeren een gedeelte van de middelen tot de huurkoopfase volledig is afgerond. 

  • Scholen kunnen ervoor kiezen om met digisprongmiddelen de reeds betaalde schijven van de leerling terug te kopen en op die manier terug zelf eigenaar van de toestellen te worden. Dit kan verrekend worden via de schoolfactuur. Scholen gebruiken dus hun digisprongmiddelen voor infrastructuur die in het verleden is besteld en geleverd. Dit mag enkel in dit specifieke geval. Dit is aangewezen als de huurkoop nog maar in de beginfase zit en leerlingen nog een groot deel moeten afbetalen

  • Als de huur via een derde partij gaat, neemt de school dit gedeelte over van de leerling.   

  • Als verder gewerkt wordt met een  systeem waarbij de leerling een eigen ICT-toestel gebruikt kan een via de schoolraad af te spreken bedrag van de schoolrekening in mindering worden gebracht. Alleen een digitaal toestel dat is aangekocht binnen het pedagogische project van de school  komt in aanmerking voor een vermindering van de schoolrekening met middelen van Digisprong. Bij de aankoop van de ICT-toestellen houden de schoolbesturen rekening met de wet van 17 juni 2016 inzake de overheidsopdrachten.

Moet de school een waarborg vragen voor het toestel?

Nee. Voor kinderen in kwetsbare thuissituaties of kansarmoede kan het betalen van een waarborg voor een ICT-toestel moeilijkheden opleveren.  Gebruik een bruikleenovereenkomst als alternatief.  

De digitale toestellen lopen op het einde van hun levensduur. Wat nu?

Een levensduur van 4 jaar is standaard voor digitale toestellen. Sommige laptops en tablets gaan met goed onderhoud 5 jaar mee. 

Digisprong gaat voor duurzaamheid en circulariteit door in een aparte raamovereenkomst te voorzien voor:

  • Ontmanteling van digitale toestellen op een duurzame manier
  • 'Refurbishing' van afgeschreven hardware. Na een grondige en professionele revisie van de digitale toestellen kunnen deze opnieuw in gebruik worden genomen door de school.

Het is niet de bedoeling verouderde digitale toestellen van de school aan leerlingen te schenken.

ICT-schoolbeleid
ICT-competente leerkrachten, lerarenopleiders en digitale leermiddelen
Komt er ook ICT-materiaal voor leraren?

ICT-materiaal voor leraren is voorwerp van cao-onderhandelingen met de sociale partners. Meer informatie vind je zo snel mogelijk op deze pagina.

Kennis- en adviescentrum
Wat na Digisprong?

Het project Digisprong zal opgevolgd worden door het kennis- en adviescentrum zodra dit operationeel is in het najaar van 2021. In 2023-2024 zal er ook een grondige evaluatie komen via onder meer een nieuw Mictivo onderzoek. Op basis hiervan zal pas een vervolgtraject kunnen worden bepaald. Het gaat om relancemiddelen die per definitie éénmalig zijn. Vanuit Digisprong wordt wel voorzien in een recurrent vervolg van ongeveer 11 miljoen euro per jaar voor alle niveaus, vanaf 2023.

Nog een vraag?
Blijf op de hoogte