Oproep organisatie bijscholen 'herfst- en winterscholen' 2020-2021

UPDATE 30 oktober: de bijscholen mogen enkel digitaal plaatsvinden in de verlengde herfstvakantie tot en met 15 november om alle fysieke contacten in schools verband zo veel mogelijk te vermijden

(Uiterste indieningsdatum: 9 oktober 2020 12u.)

Oproep voor de organisatie van een gevarieerd aanbod bijscholen in het secundair onderwijs tussen 19 oktober 2020 en 19 februari 2021.

Het doel van de remediëringstrajecten is om maatwerk aan te bieden aan kleine groepen leerlingen uit het secundair onderwijs:

  • Op voorschoolse, naschoolse en/of buitenschoolse momenten
  • Tijdens de vakantieperiodes.

De trajecten zijn gekoppeld aan de onderwijsdoelen en aan het individueel onderwijstraject.

Prioritair- maar niet exclusief- is de remediëring voor leerlingen:

  • 2de leerjaar van de 1ste, 2de en 3de graad
  • 3de leerjaar beroepssecundair onderwijs

Zowel scholen, scholengroepen als scholengemeenschappen kunnen een projectaanvraag indienen.

  • Scholen mogen externe begeleiding inroepen.
  • Scholen kunnen samenwerken, bijvoorbeeld binnen eenzelfde scholengemeenschap, om zo hun aanbod te versterken en/of leerlingen gericht door te verwijzen naar een specifiek traject.
  • Provincies, steden, gemeenten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (Brussel-Hoofdstad) kunnen coördinerend en/of faciliterend optreden. Lokale brugfiguren kunnen een toeleidende rol vervullen naar deze remediëringstrajecten.

Wat betreft de lesgevers voor de herfst- en winterscholen zijn er twee opties:

  • Voor de eigen leerkrachten die worden ingezet, werd beslist dat de subsidie voor de organisatie van de herfst- en winterscholen kan beschouwd worden als regulier werkingsbudget. De school kan dus de PWB-regeling (aanwending van het werkingsbudget voor aanwerving van personeel) toepassen.
  • Indien andere lesgevers worden ingezet als vrijwilliger, is de wetgeving op het vrijwilligerswerk van toepassing.

Het wordt aangeraden zoveel mogelijk beroep te doen op partners, zoals lokale besturen of vzw’s.   

Lees de uitgebreide beschrijving en de voorwaarden om in aanmerking te komen voor subsidiëring:


Projectdoelstellingen en aanbod

Leerlingen kunnen in een remediëringstraject terecht voor een onderwijsaanbod dat gekoppeld is aan hun onderwijstraject. Dit gebeurt via maatwerk in groepen van minimaal 7 regelmatige leerlingen. Deze leerlingenaantallen kunnen beïnvloed worden door de Nationale Veiligheidsraad. (cfr. ‘social distancing’). Doordat de groepen klein zijn, is maatwerk ook haalbaar en realiseerbaar. Voorbeelden hiervan zijn onder meer:

  • Het clusteren van leerlingen met gelijkaardige noden, waarbij bijvoorbeeld collectieve instructiemomenten afgewisseld worden met individuele begeleiding rond een gedeeld onderwerp/doel van een groep;
  • Een duidelijke intake van noden bij leerling(en) die vervolgens tot een volledig individueel traject op maat leidt.

De didactiek wordt in elk geval afgestemd op de concrete invulling van het maatwerk en de specifieke noden van de individuele leerlingen.

Een remediëringstraject heeft tot doel de leerlingen die een bepaalde achterstand hebben opgelopen omwille van de verloren lestijd tijdens de coronaperiode van medio maart tot eind juni 2020 en die dus extra ondersteuning kunnen gebruiken, bij te spijkeren. De focus ligt dus op het vullen van leerhiaten. Gelet op het feit dat in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs (met inbegrip van leerlingen in het stelsel leren en werken) de leerlingen van het eerste jaar van de eerste, tweede en derde graad maar beperkt aanwezig waren op school, valt te verwachten dat de grootste problemen in schooljaar 2020- 2021 zich situeren in in het tweede jaar van de eerste, tweede en derde graad en het derde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs. We zetten in op de leerlingen met de meeste nood aan remediëring. Daarom staat een beginsituatieanalyse van de leerlingenpopulatie centraal in het aanvraagdossier (zie verder).

De doelgroep van de remediëringstrajecten zijn leerlingen uit het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs (met inbegrip van leerlingen in het stelsel leren en werken) die leerachterstand hebben opgelopen in het tweede semester van het schooljaar 2019-2020. Ook de leerlingen uit het derde jaar van de derde graad beroepssecundair onderwijs maken deel uit van de doelgroep

Het aanbod vertrekt steeds vanuit de essentiële leerstof zoals bij de ‘preteaching’. Elk remediëringstraject maakt op basis van de beginsituatieanalyse zelf een selectie van de onderwijsdoelen per leerling in functie van de noden en de onderwijstrajecten van de leerlingen. Een remediëringstraject werkt dus voor elke leerling naar een duidelijke finaliteit toe: leerachterstand wegwerken, bijspijkeren van de onderwijsdoelen, …. Een flexibele organisatie van het aanbod wordt aanvaard, zolang de onderwijsdoelen en leerinhouden centraal staan.

Het aanbod is kosteloos voor de deelnemers. De aanbieder van het remediëringsaanbod houdt de nodige administratieve informatie ter beschikking (o.a. aantal deelnemers, aantal ingezette leerkrachten en andere begeleiders), zodat -bij controle- kan worden geverifieerd of de ter beschikking gestelde middelen correct -zoals in de aanvraag beschreven- werden aangewend. De aanbieder verklaart zich akkoord om mee te werken aan een mogelijk onderzoek naar het effect van de remediëringstrajecten.

Leerlingen nemen vrijwillig deel. Een leerling kan m.a.w. niet verplicht worden tot deelname aan een remediëringstraject/Herfst- en Winterschool. De testmomenten tijdens de remediëringstrajecten kunnen derhalve niet meegenomen worden in de (eind)evaluatie van de leerling. Wel hebben de vakleerkrachten, klassenraden en/of het betrokken CLB een cruciale rol in de stimulering en toeleiding van leerlingen.

Wanneer de vraag het aanbod overstijgt, zal de school, de scholengemeenschap of de scholengroep een selectie maken van de leerlingen die het meeste nood hebben aan deze remediëring.

Naar boven

Doelgroep

De remediëringstrajecten zijn bedoeld voor leerlingen uit :

  • Het gewoon secundair onderwijs (inclusief OKAN en het derde leerjaar van de derde graad beroepssecundair onderwijs)
  • Het deeltijds beroepssecundair onderwijs
  • De leertijd (Leren en Werken)
  • Het buitengewoon secundair onderwijs: OV3 en OV4

Naar boven

Potentiële aanbieders

Alle door de Vlaamse overheid erkende, gesubsidieerde en gefinancierde secundaire onderwijsinstellingen  kunnen hetzij autonoom, hetzij vanuit de scholengemeenschap of scholengroep een of meerdere  remediëringstraject(en) organiseren. Een scholengroep of scholengemeenschap kan een aanvraag indienen voor meerdere scholen, maar dient de specifieke trajecten te vermelden per school. Scholen kunnen daarvoor samenwerken, bijvoorbeeld binnen eenzelfde scholengemeenschap, om zo hun aanbod te versterken en/of leerlingen gericht door te verwijzen naar een specifiek traject.

Scholen kunnen er ook voor kiezen een samenwerkingsverband aan te gaan met externe partners (bv. de Olympiades van Wiskunde, Frans, Wetenschappen, de trajecten Lezen op School, idem de trekkers van de Taalstimulerende Activiteiten, de STEM-Academies…), die de gekozen trajecten kunnen versterken. Externe partners kunnen enkel afkomstig zijn uit organisaties zonder winstoogmerk. In het kader van Lokaal Flankerend Onderwijsbeleid (LFOB) kunnen provincies, steden, gemeenten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (Brussel-Hoofdstad) desgewenst coördinerend en/of faciliterend optreden. Lokale brugfiguren kunnen een toeleidende rol vervullen naar deze remediëringstrajecten.

Onderwijsinstellingen dienen hun voorstel tot remediëringstraject in aan de hand van een online aanvraagformulier. Als ze een samenwerkingsverband aangaan, met een andere school, een lokaal bestuur, of een externe organisatie, dan vermelden ze dat in de aanvraag.

Indien er een samenwerking georganiseerd wordt, beslissen de partners in onderlinge afstemming wie welke rol opneemt doorheen het traject en maken ze hierover de nodige, interne afspraken (al dan niet vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst). Het zijn wel de scholen, scholengroepen of scholengemeenschappen die de aanvraag indienen, het project coördineren en de middelen ontvangen.

Naar boven

Coördinatoren van en lesgevers in de remediëringstrajecten

Omdat de doelstelling van de remediëringstrajecten leren en bijspijkeren is, vormen lesgevers met pedagogische ervaring, zoals leerkrachten die beschikken over een pedagogisch bekwaamheidsbewijs de spil. Naar analogie van de Zomerscholen, geven zij les op vrijwillige basis conform de vigerende wetgeving m.b.t. vrijwilligerswerk ter zake. Leerkrachten met pensioen kunnen eveneens worden ingeschakeld. Deze subsidie kan enkel worden aangewend buiten de lessen.

Studenten uit de lerarenopleiding kunnen ook lesgeven, zij het enkel via co-teaching of onder leiding van een ervaren leerkracht. Veel studenten zien hun stage dit semester in rook opgaan. Zij kunnen met hun onderwijsinstelling het gesprek voeren over een eventuele erkenning als stage van de lessen die ze in de remediëringstrajecten geven.

Lesgevers die geen leerkracht zijn (bv. begeleiders uit een externe organisatie) kunnen worden ingeschakeld, indien de organiserende school/scholengemeenschap oordeelt dat zij over voldoende pedagogische ervaring beschikken. Het is aan de aanbieder van het remediëringstraject om hierover te oordelen.

Coördinatie en opvolging van de activiteiten binnen het remediëringstraject is cruciaal in functie van de interne kwaliteitsbewaking. Het is aan de aanvragende school/scholengemeenschap/scholengroep om de nodige data bij te houden (o.a. aantal leerlingen/onderwijsdoelen/ betrokkenheid van leerkrachten en/of derden/frequentie van effectieve deelname…). Voor deze data wordt een eenvoudig excel-document aangeleverd.

Naar boven

Locatie van de remediëringstrajecten

Omwille van de sociale spreiding, kunnen de trajecten doorgaan in om het even welke geschikte locatie in Vlaanderen of Brussel, zij het altijd in de nabijheid van de school waar de leerling het remediëringstraject volgt. Naast scholen behoren bv. culturele centra en gemeenschapscentra, gemeentelijke infrastructuur, bibliotheken, musea, ... tot de mogelijkheden.

De remediëringstrajecten moeten uiteraard doorgaan op locaties die voldoen aan de voorwaarden op vlak van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne.

Naar boven

Looptijd

De remediëringstrajecten vinden plaats vanaf ten vroegste 19 oktober 2020 tot en met ten laatste 19 februari 2021. Ten vroegste vanaf het ogenblik van de formele gunstige beslissing kunnen trajecten starten. 

Het kan gaan om trajecten in de schoolweek maar buiten de lesuren,  herfst- en/of winterklassen in de vakantieperiodes, in het weekend… Elke school/scholengemeenschap/scholengroep kiest de invulling op maat van de eigen organisatie en de doelgroep.

De remediëringstrajecten houden rekening met alle bepalingen die worden vastgelegd door de Nationale Veiligheidsraad.

Naar boven

Kwaliteit en selectie

De selectie van de remediëringstrajecten gebeurt zo snel mogelijk in oktober 2020 zodat de aanbiedende scholen/scholengemeenschappen/scholengroepen tegen midden oktober de beslissing ontvangen en het aanbod tijdig kunnen bekend maken aan de leerlingen en hun ouders.

De kwaliteitsbewaking van de remediëringstrajecten is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de aanbieders zelf, al dan niet ondersteund door hun pedagogische begeleidingsdienst.

Aan de aanbieder(s) wordt gevraagd om in hun aanvraag de beginsituatie van de leerlingenpopulatie te expliciteren. Projectvoorstellen kunnen enkel worden geselecteerd indien er een substantiële leerachterstand is vastgesteld binnen de leerlingenpopulatie die niet of onvoldoende kan worden geremedieerd tijdens de beschikbare lesuren/middelen. Om de leerachterstand in kaart te brengen, komen de klassenraden aan het begin van het schooljaar samen. Op basis van het gelopen traject tijdens het vorig schooljaar en eventueel reeds gevolgde remediëringstrajecten zoals zomerscholen, kan de klassenraad bepalen hoeveel en welke leerlingen leerachterstand hebben opgelopen. Voor het eerste jaar kan gebruik gemaakt worden van de Baso-fiche. De eventuele deelname aan een zomerschool en de resultaten hiervan worden mee in rekening gebracht. Daarnaast kunnen ook toetsresultaten en andere data waarover de scholen beschikken in de analyse worden meegenomen. De klassenraad maakt op basis van de didactische beginsituatieanalyse uit of een leerling al dan niet leerachterstand heeft, of de leerachterstand via het regulier onderwijstraject geremedieerd kan worden of dat de leerling nood heeft aan een remediëringstraject. Indien een school bijkomende data wenst te verzamelen om de beginsituatieanalyse te staven dan kan dit.

De projectvoorstellen kunnen geen betrekking hebben op remediëringstrajecten die overeenkomen met onderwijsopdrachten die ingevolge de regelgeving al tot de kernopdrachten van de school behoren en met het oog hierop gefinancierd worden (Bijvoorbeeld: 3 uren extra taallessen Nederlands (artikel 136/4 van de Codex Secundair Onderwijs), of lesuren differentiatie (artikel 157/7 van de Codex Secundair Onderwijs). De voorgestelde trajecten worden ingezet ter versterking hiervan. In de aanvraag wordt aangegeven hoe het remediëringstraject een aanvulling is op de verplichte uren differentiatie.

De selectiecriteria op het vlak van kwaliteit zijn:

  • De mate van leerachterstand die blijkt uit de beginsituatieanalyse van de leerlingen: 4 punten
  • Samenstelling groepen en het leveren van maatwerk: 3 punten
  • Evaluatie en monitoring van de leerlingen: 3 punten

Bij de selectie die zal worden uitgevoerd door het departement Onderwijs en Vorming, zal eveneens rekening worden gehouden met een evenwichtige spreiding (regionaal, onderwijsvormen niveaus, onderwijsverstrekkers, ).

Met deze criteria willen we een minimum aan kwaliteit garanderen voor de leerlingen, en de interne kwaliteitszorg van de aanbieders stimuleren. Ook moet het de overheid toelaten om na afloop van het remediëringsaanbod  data te verzamelen die als input kunnen dienen voor het onderwijsbeleid, en voor het verdere verloop van het schooljaar 2020-2021. De aanbieder verklaart zich ook akkoord om mee te werken aan een mogelijk onderzoek naar de remediëringstrajecten.

Los van de selectiecriteria, verklaart de aanbieder dat elke lesgever en externe begeleider beschikt over een uittreksel uit het strafregister (model 2) dat het vroegere getuigschrift van goed zedelijk gedrag vervangt.

Naar boven

Budget

De indiener neemt in zijn aanvragen het aantal in te richten trajecten op (per groep leerlingen/vak/onderwijsdoelen) en per traject het aantal (halve) dagen waaruit het traject zal bestaan. Scholen, scholengemeenschappen/scholengroepen kunnen beroep doen op een subsidie van 125 euro per 4 uur al dan niet aansluitende lesuren remediëring.

Elke remediëringsgroep moet bestaan uit minimaal 7 regelmatige leerlingen. De praktische organisatie van deze uren bepaalt de organiserende school zelf, in samenspraak met leerkrachten en leerlingen.

  • Na afloop van het remediëringstraject zullen de effectieve deelnemersaantallen worden opgevraagd. Deze cijfers worden gebruikt om het saldo te berekenen. Daarbij wordt rekening gehouden met volgende criteria:
  • Het voorziene forfaitaire bedrag wordt volledig uitbetaald indien minimum 7 leerlingen op regelmatige basis hebben deelgenomen.
  • De subsidie wordt gehalveerd indien er slechts tussen de 3 en 6 leerlingen op regelmatige basis deelnamen.
  • Bij een nog lager aantal leerlingen beperken we de subsidie tot 12,5 euro per leerling.

Meteen na het afsluiten van de selectieprocedure en het vastleggen van de subsidies, ontvangen de geselecteerde initiatieven een eerste schijf van 80% van de toegekende subsidie.

Van elk remediëringstraject zullen de effectief georganiseerde trajecten worden bijgehouden en ter beschikking gesteld wanneer ze ter controle worden opgevraagd.

Te allen tijde kunnen de interne verslagen inzake verloop en participatie door het Departement Onderwijs en Vorming ter controle worden opgevraagd. Tevens kan te allen tijde een inspectie doorgaan bij de aangekondigde remediëringstrajecten.

Voor de eindrapportage wordt een eenvoudig Excel-document aangeleverd.

De subsidie wordt uitbetaald aan de school/scholengemeenschap/scholengroep die de aanvraag indient.

In het geval een samenwerkingsverband wordt aangegaan, met een externe organisatie, een andere school of een lokaal bestuur, maken de partners onderlinge afspraken over de interne verdeling en besteding van de subsidie.

Naar boven

Communicatie

Er bestaat niet één type remediëringstraject dat in alle scholen, scholengemeenschappen of scholengroepen, en al dan niet in samenwerking met derden, kan worden uitgerold. Elk remediëringstraject zal eigen accenten leggen op basis van het niveau van de leerlingen, de onderwijsvorm, de leeftijd, de keuze van onderwijsdoelen, …

Het is belangrijk dat de ouders en leerlingen voldoende op voorhand geïnformeerd worden over de inhoud en de doelstelling(en) van het concrete aanbod.

Klassenraden en leerkrachten kunnen op basis van dit aanbod leerlingen, die er nood aan hebben, stimuleren om deel te nemen aan een remediëringstraject dat aansluit op hun noden en behoeften. Het is niet de bedoeling dat klassenraden de remediëringstrajecten een plaats geven in de formele beoordeling van hun leerlingen. Remediëringstrajecten blijven immers vrijwillig en niet-formeel.

Naar boven

Een aanvraag indienen

De school/scholengemeenschap/scholengroep kan een aanvraag indienen tot en met 9 oktober 2020 om 12u.

De aanvraag omvat:

  • Een onderbouwde beginsituatieanalyse waaruit een leerachterstand blijkt van de leerlingenpopulatie en de manier waarop die werd vastgesteld. 
  • Het aantal trajecten, per onderwijsvorm, graad en leerjaar, onderwijsdoel, duurtijd, en het aantal beoogde leerlingen per traject.
  • Een toelichting over het leveren van maatwerk en de manier waarop aan monitoring en evaluatie wordt gedaan.

De selectie van de remediëringstrajecten gebeurt in de eerste helft van oktober 2020.

Ontvankelijkheidscriteria voor de aanvragen:

  • Een volledig ingevuld aanvraagformulier
  • De aanvraag is opgesteld in het Nederlands

Selectiecriteria:

  • De mate van leerachterstand die blijkt uit de beginsituatieanalyse van de leerlingenpopulatie: 4 punten
  • Samenstelling groepen en het leveren van maatwerk: 3 punten
  • Evaluatie en monitoring van de leerlingen: 3 punten

Deze oproep is onderhevig aan de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad inzake de organisatie van (buiten)schoolse activiteiten en de mogelijke aanverwante beslissingen op Vlaams niveau. De oproep en de concrete uitrol kunnen dus in de loop van het traject nog worden gewijzigd.

Naar boven

Vragen?