Informatieveiligheid: overzicht machtigingen Vlaamse Toezichtscommissie 2013

Verlenging van de machtiging VTC/28/2012 voor het meedelen van persoonsgegevens van leerlingen en studenten door het Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen (AHOVOS) en het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) aan de provinciale steunpunten sociale planning
 

Beraadslaging VTC nr. 48/2013 van 12 december 2012 (link: VTC_beraadslaging_2013_48.pdf)

Het gaat om de verlenging van de machtiging die werd verleend tot 31 december 2013 voor de mededeling van persoonsgegevens van leerlingen (kleuter, lager en secundair onderwijs) en studenten door het ministerie van onderwijs en vorming aan de provinciale steunpunten sociale planning.

De provincies ondersteunen de lokale besturen en de welzijnsorganisaties, door het aanbieden van verwerkte data op vraag van de lokale besturen.

Er waren twee redenen om een tijdelijke machtiging te verlenen. Ten eerste was er het juridische kader van de provinciale taakstelling dat volop in beweging was. Anderzijds werd gewacht op de operationeel zijn van de Vlaamse dienstenintegrator voor de gevraagde dienstverlening.

Het decreet van 31 mei 20131 houdende toekenning van bepaalde bevoegdheden aan de provincies in de aangelegenheden vermeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen bepaalt de toekomstige opdrachten van de provincies inzake de persoonsgebonden aangelegenheden. In artikel 3 van dit decreet wordt bepaald dat het bieden van ondersteuning inzake sociale planning vanaf 1 januari 2014 één van de kerntaken van de provincies is, naast de sociale kaart, het stimuleren van netwerkvorming, en het voeren van een impulsbeleid volgens afspraken in het bestuursakkoord.

De provincies stellen dat deze decretale verankering van sociale planning als kerntaak werd er een sterk juridisch kader gecreëerd. De ondersteunende taak ten aanzien van de Vlaamse overheid, de lokale besturen en welzijnsorganisaties wordt hierdoor bevestigd. De continuering van datalevering door het Ministerie van Onderwijs en Vorming is hierin essentieel.

Sinds dit jaar werd ook de samenwerking met de intermediaire organisatie, CEVI nv, scherper gesteld. Op dit moment is er een bestek uitgeschreven in de provincie Vlaams-Brabant rond de anonimisering, georeferering en de verwerking van fijnmazige gegevens voor het steunpunt sociale planning, dat zowel betrekking heeft op de provinciale als op de interprovinciale data. Hierin werden duidelijke bepalingen opgenomen in verband met de informatieveiligheid, zoals vereist door artikel 16, §1 van de WVP en door de specifieke maatregelen opgelegd door de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer (CBPL). De concrete bepalingen zijn te vinden in de bijlage bij de verlengingsaanvraag. Deze voorwaarden werden opgesteld in overleg met de informatieveiligheidsconsulent van de provincie Vlaams-Brabant, en worden ook onderschreven door alle andere provincies en CEVI nv.

Daarnaast is het zo dat, conform de machtiging VTC/28/2012, de gegevens door het Departement Onderwijs geanonimiseerd worden (vervanging rijksregisternummer door een betekenisloos uniek nummer, geldig binnen slechts één schooljaar, de zogenaamde ‘sleutel’) en dat CEVI nv slechts instaat voor het georefereren van de adressen voor alle provincies. Op deze manier beschikt CEVI nv op geen enkel moment over essentiële informatie van leerlingen of studenten. Het uniform georefereren in alle gegevensbestanden die de steunpunten extern betrekken is belangrijk. Uitbesteding van analoge verwerkingen bij verschillende derden verhoogt de kans op inconsistenties.

De gevraagde gegevens en de verantwoording ervan worden vermeld in de tabel in bijlage bij deze beraadslaging.  

Naar boven

Machtiging van het meedelen van persoonsgegevens uit de leer- en ervaringsbewijzendatabank (LED) door het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming (AKOV) aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (CeSO) van de KU Leuven en het Centrum voor Longitudinaal en Levenslooponderzoek (CELLO) van de Universiteit Antwerpen voor het verwezenlijken van een onderzoek over de toekomstige pensioenbescherming van autochtonen en diverse generaties migranten in België.
 

Beraadslaging VTC nr. 47/2013 van 11 december 2013 (link: VTC_beraadslaging_2013_47.pdf)

Het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (CeSO) van de KU Leuven en het Centrum voor Longitudinaal en Levenslooponderzoek (CELLO) van de Universiteit Antwerpen onderzoeken de toekomstige pensioenbescherming van autochtonen en diverse generaties migranten in België en willen daartoe kunnen beschikken over bepaalde gecodeerde persoonsgegevens aangaande, enerzijds, de personen geboren tussen 1945 en 1993 die op 1 januari 2011 ingeschreven waren in het Rijksregister van de natuurlijke personen en, anderzijds, hun respectieve gezinsleden in de periode van 1997 tot 2011.

De onderzoekspopulatie zou bestaan uit vier willekeurige steekproeven van respectievelijk 25.000 eerstegeneratiemigranten (personen die zelf naar België gemigreerd zijn en noch in België noch met de Belgische nationaliteit geboren zijn), 25.000 tweedegeneratiemigranten (personen die zelf geen eerstegeneratiemigrant zijn maar er wel minstens één als ouder hebben), 25.000 latere generaties migranten (personen van wie een generatie vóór de ouders naar België is gemigreerd) en 25.000 autochtonen (personen van wie de ouders bij de geboorte de Belgische nationaliteit hadden) en hun respectieve gezinsleden van 1997 tot 2011 (zij worden evenwel enkel gevolgd voor de jaren tijdens dewelke ze deel uitmaakten van het gezin).

Voor de verwezenlijking van het onderzoek dienen persoonsgegevens uit het datawarehouse arbeidsmarkt en sociale bescherming te worden gekoppeld met persoonsgegevens uit de LED-databank van het AKOV, persoonsgegevens uit het Rijksregister van de natuurlijke personen, persoonsgegevens van de vereniging zonder winstoogmerk SIGEDIS en persoonsgegevens van de federale overheidsdienst Financiën4. De aangevraagde gegevens zullen gebruikt worden om een inzicht te verwerven in de situatie van de bevolking tussen 18 en 66 jaar.

De gegevens uit de LED met betrekking tot het opleidingsniveau zijn de volgende: de graad, de categorie, het jaar van het behalen van het bewijs, de specialisatie, de onderwijsvorm, het schooltype, de bron waaruit de informatie over het bewijs werd aangereikt en de studierichting.

De Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid zal optreden als externe verwerker voor het koppelen en coderen van de persoonsgegevens.

De gevraagde gegevens en de verantwoording ervan worden vermeld in de tabel in bijlage bij deze beraadslaging.   

         Naar boven

Goedkeuring van de beoogde netwerkverbinding tussen de leer- en ervaringsbewijzendatabank van het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming en SELOR
 

Beraadslaging RR nr 74/2013 van 13 november 2013 (link: beraadslaging_RR_74_2013_0.pdf)

Het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming, hierna de aanvrager genoemd, wenst een netwerkverbinding tot stand te brengen met SELOR zodat deze laatste aan de hand van het identificatienummer van het Rijksregister geautomatiseerd informatie uit de leer- en ervaringsbewijzendatabank, hierna LED, kan ophalen.

Bij beraadslaging RR nr. 07/2011 werd de aanvrager gemachtigd om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken om de personen die in de LED worden opgenomen eenduidig te identificeren. Hij werd gemachtigd om dit nummer te gebruiken, niet alleen in zijn hoedanigheid van beheerder van de LED, maar ook als leverancier van gegevens uit deze gegevensbank aan derden.

SELOR is als rechtsopvolger van het Vast Wervingssecretariaat op basis van het koninklijk besluit van 3 maart 1986 gemachtigd om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken met het oog op de uitvoering van de wettelijke en reglementaire bepalingen waarmee het is belast. In de mate dat daarbij gegevens met andere openbare overheden of instellingen worden uitgewisseld, kan het identificatienummer daarin slechts gebruikt worden voor zover deze laatsten daartoe eveneens gemachtigd zijn.

Ingevolge diverse koninklijke besluiten1 staat SELOR o.a. in voor:

  • De selectie, rekrutering en oriëntatie van personeel voor overheidsdiensten
  • De organisatie van testen voor de bewakings- en veiligheidssector
  • De organisatie van taalexamens

Deze werkzaamheden vereisen dat SELOR controleert of de betrokkene voldoet aan de deelnemingsvoorwaarden die onder meer betrekking hebben op diploma en/of ervaring. Indien SELOR deze informatie uit de LED kan ophalen, beschikt het over betrouwbare informatie en hoeft de burger zelf geen documenten meer op te laden of toe te sturen. Het Comité stelt vast dat het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van een betrokkene door SELOR om informatie op te halen uit de LED kadert binnen de reglementaire opdrachten waarmee het werd belast.

De Vlaamse Toezichtcommissie machtigde SELOR bij beraadslaging VTC nr. 40/2013 van 09/10/2013 om persoonsgegevens uit de LED te verkrijgen.

Het Comité neemt akte van de beoogde netwerkverbinding en stelt vast dat deze geen aanleiding geeft tot opmerkingen.

De gevraagde gegevens en de verantwoording ervan worden vermeld in de tabel in bijlage bij deze beraadslaging.  

Naar boven

Machtiging van het mededelen van persoonsgegevens van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en studenten in het hoger onderwijs door het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) en het Agentschap voor Hoger onderwijs en Studietoelagen (AHOVOS) aan de stad Gent voor het opstellen van een omgevingsanalyse
 

Beraadslaging VTC nr. 43/2013 van 13 november 2013 (link: VTC_beraadslaging_2013_43.pdf)

Het gaat om een machtiging voor de mededeling van persoonsgegevens van leerlingen (kleuter-, lager en secundair onderwijs) en studenten door het ministerie van onderwijs en vorming aan de stad Gent.

De verkregen gegevens zullen worden verwerkt en geanalyseerd door de dienst Data-Analyse & GIS en de Integratiedienst (enkel basis- en secundair onderwijs) in opdracht van het stadsbestuur. De gegevens worden geaggregeerd verwerkt tot stadsbrede informatie om o.a. het onderwijsbeleid te onderbouwen.

De stad Gent wil een proactief beleid voeren op gebied van onderwijs(voorziening) in basis- en secundair onderwijs. Er is een goede samenwerking tussen de departementen Opvoeding en Onderwijs en Welzijn en Bevolking van de stad. Beiden richten ze zich op onderwijs als hefboom voor opwaartse mobiliteit. Om gericht beleid te kunnen voeren is het noodzakelijk dat beslissingen worden genomen op basis van actuele en correcte informatie. Een sterke cijferanalyse is daarbij onmisbaar. Daaruit moet blijken hoe de leerlingen over het Gentse onderwijs zijn verdeeld.

Er is een sterke betrokkenheid van de stad Gent bij de Lokaal Overlegplatformen (LOP). Vanuit LOP-basis en LOP-secundair wordt de vinger aan de pols gehouden als het gaat over inschrijvingsrecht en andere actuele thema’s in het bredere kader van gelijke onderwijskansen. Gegevens rond sociaal-economische situatie (SES), kleuterparticipatie, schoolse vordering, anderstalige nieuwkomers, ongekwalificeerde uitstroom dienen om het LOP-beleidsplan vorm te geven en uit te voeren. De LOP’s hebben een decretale opdracht voor de opmaak van een omgevingsanalyse inzake ongelijke onderwijskansen binnen het werkingsgebied (decreet betreffende gelijke onderwijskansen goedgekeurd 28 juni 2002). Deze aanvraag dekt de volledige omgevingsanalyse van de LOPs niet, maar kan wel complementair zijn.

Op 1 september 2007 startte het Steunpunt Leerrecht- en Leerplichtbegeleiding van de stad Gent haar opdracht om in alle secundaire scholen van de Gentse regio het integraal handelen in de aanpak van leerrecht en leerplicht te ondersteunen. Einddoel is de gekwalificeerde uitstroom van leerlingen te bevorderen. Het Steunpunt staat in voor de realisatie van de drie kerntaken (analyse, overleg en coaching) en voor de formulering van beleidsvoorstellen. Door het in kaart brengen van de problematieken van schoolse afwezigheden in het basis- en secundair onderwijs kunnen acties uitgezet worden om gekwalificeerde uitstroom van leerlingen te bevorderen.

De gegevens zullen niet gebruikt worden om leerlingen op te volgen. Er zal een jaarlijkse analyse gemaakt worden, maar leerlingen zullen niet over verschillende schooljaren heen gevolgd kunnen worden. De bedoeling is om algemene tendensen te kunnen duiden. Het gaat om de opmaak van geaggregeerde statistieken.

Gent is met zijn 70.000 studenten in het hoger onderwijs de grootste studentenstad in Vlaanderen. De rol en de betekenis van de studenten is niet te onderschatten. Zij beïnvloeden in grote mate de mobiliteit, het straatbeeld, de wooncultuur, het uitgaansleven, het culturele leven. Zij geven Gent de uitstraling die de stad pretendeert: stad van kennis en cultuur. Zij geven een enorme impuls aan het economische leven van de stad. Het is dan ook niet te ontkennen dat de stad Gent een grote verantwoordelijkheid heeft bij het organiseren, structureren, begeleiden van al deze stromen die studenten teweegbrengen. Dat maakt een kwalitatief hoogstaand studentenbeleid noodzakelijk. Echter, gezien de studentenpopulatie niet tot de populatie “de jure” van de stad behoort, heeft de stad geen kennis over het profiel van de student, waar hij verblijft, hoe zich verplaatst,….Nochtans wil men in verschillende beleidsdomeinen rekening houden met deze studentenpopulatie (vb. wonen, mobiliteit,…).

De stad Gent heeft een coördinerende, bemiddelende en sturende rol te spelen tussen de verschillende onderwijsinstellingen, de studentenpopulatie en de verschillende diensten en actoren betrokken bij de onderwijswereld en de studenten.

De dienst Data-Analyse & GIS heeft als taak de uitbouw van een kenniscentrum mbt omgevingsdata-indicatoren en –onderzoek, met als kerntaken het beheer van omgevingsinformatie, het ontsluiten van omgevingsdata, - metadata en –indicatoren, en het opbouwen van expertise en vertalen ervan in dienstverlening aangaande statistiek, methodologie en analyse. In het kader van haar werking, startte Data-Analyse en & GIS in 2011 in opdracht van de Burgemeester een studentenonderzoek ( Besluit van college en burgemeester van 2 december 2010).

Een aanbeveling van dit studentenonderzoek is verder opvolging en uitbouw van de studentenmonitor. Hiertoe is een data-uitwisselingsakkoord tussen de stad Gent en het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenonderwijs en Studietoelagen waarbij jaarlijks op eenzelfde meetmoment een uniform studentenbestand wordt overgemaakt, aangewezen.

De gevraagde gegevens en de verantwoording ervan worden vermeld in de tabel in bijlage bij deze beraadslaging.              

Naar boven

Machtiging voor het meedelen van persoonsgegevens uit de leer- en ervaringsbewijzendatabank (LED) door het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming aan Selor
 

Beraadslaging VTC nr. 40/2013 van 9 oktober 2013 (link: VTC_beraadslaging_2013_40.pdf)

Selor rekruteert voor meer dan 150 verschillende overheidsdiensten. Selor rekruteert meestal medewerkers voor de federale overheid, maar ook voor de gemeenschappen en de gewesten. Daarnaast organiseert Selor de testen voor de bewakings- en veiligheidssector in het land en organiseert Selor taaltesten. De taken op het vlak van rekrutering, selectie, oriëntatie en certificatie vereisen dat Selor beschikt over een juist en volledig beeld van de scholing, kwalificaties en competenties van de burgers die beroep doen op een of meerdere van deze dienstverleningen. De bevoegdheden van Selor vereisen een gedetailleerde inventarisatie en registratie van de schoolopleidingen, aanvullende opleidingen en professionele ervaringen, van elke persoon die beroep doet op Selor. Deze informatie is terug te vinden in de LED, de centrale databank voor leer- en ervaringsbewijzen.

Selor wenst de gegevens uit de LED over de behaalde dilpoma’s en getuigschriften van de kandidaten die gesolliciteerd hebben voor een job.

De gevraagde gegevens en de verantwoording ervan worden vermeld in de tabel in bijlage bij deze beraadslaging.

Naar boven

Uitbreiding voor wat betreft het taalniveau van de machtiging VTC/15/2012 voor het meedelen van persoonsgegevens van cursisten Nederlands als tweede taal (NT2) die tevens OCMW-cliënt zijn en van het personeel van de Huizen van het Nederlands (HvN) door de HvN aan de OCMW
 

Beraadslaging VTC nr. 37/2013 van 11 september 2013 (link: VTC_beraadslaging_2013_37.pdf)

Het betreft het meedelen van persoonsgegevens van anderstaligen die een cursus NT2 moeten of willen volgen en die cliënt zijn van een OCMW gelegen in het Vlaamse Gewest.

De OCMW hebben de plicht de personen aan wie zij leefloon of equivalent leefloon toekennen, te activeren, d.w.z., hen zo goed mogelijk toe te leiden tot de arbeidsmarkt. Hiertoe kan het noodzakelijk zijn hen te verwijzen naar de Huizen van het Nederlands voor het volgen van cursussen Nederlands en dit ook in hun begeleiding van de hulpvrager verder op te volgen.

De Huizen van het Nederlands hebben de decretale opdrachten om anderstaligen te oriënteren naar het meest gepaste aanbod NT2, het aanbod NT2 te optimaliseren en objectieve meet- en registratie-instrumenten te ontwikkelen.

De doelstelling van de gegevensuitwisseling bestaat er in de aanwezigheid in deze cursussen Nederlands, evenals de behaalde resultaten, op een snelle, elektronische en betrouwbare manier te kunnen opvolgen.

Momenteel wordt een nieuw elektronisch registratiesysteem, de nieuwe Kruispuntbank3 Inburgering of KBI, ontwikkeld voor de onthaalbureaus en de HvN. De onthaalbureaus en de HvN kunnen via dit systeem hun cliënten opvolgen. Aangezien de onthaalbureaus en de HvN in functie van de trajecten die ze begeleiden nauw samenwerken met diverse partners zoals VDAB, aanbodverstrekkers NT2, OCMW en de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW), dienen met deze partners uitwisselingsstromen uitgebouwd te worden in dit nieuw registratiesysteem.

Deze aanvraag voor elektronische mededeling van persoonsgegevens omhelst de uitbreiding van één van deze uitwisselingsstromen, namelijk de uitwisseling van gegevens tussen enerzijds de HvN (KBI) en anderzijds de OCMW.

De gevraagde uitbreiding betreft het niveau van de opleiding NT2.

Het ABB is verantwoordelijk voor de coördinatie, de voortgangscontrole en het technische beheer van de KBI.

De gevraagde gegevens en de verantwoording ervan worden vermeld in de tabel in bijlage bij deze beraadslaging. 

Naar boven

Machtiging voor de mededeling van gecodeerde persoonsgegevens van leerlingen van het basisonderwijs door het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) aan het Lokaal Overlegplatform Basisonderwijs Antwerpen (LOP) in het kader van de opmaak van een omgevingsanalyse voor de scholen binnen het werkingsgebied
 

Beraadslaging VTC nr. 30/2013 van 31 juli 2013 (link: VTC_beraadslaging_2013_30.pdf)

Het lokale onderwijsplatform (LOP) van Antwerpen heeft in het kader van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen de taak om een omgevingsanalyse op te maken inzake ongelijke onderwijskansen binnen het werkingsgebied. Daarnaast heeft het LOP de verplichting tot het bepalen van de contingenten van indicatorleerlingen, als bepaald in het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs.

Scholen dienen op voorhand contingenten en het aantal indicatorleerlingen te bepalen voor de aanvang van de inschrijvingsperiode. Deze parameters maken integraal deel uit van de digitale inschrijvingsmethodiek en zijn parameters die de feitelijke toewijzingen van kinderen aan scholen effectief sturen. Hoe accurater deze parameters kunnen ingeschat worden op basis van het meest recente cijfermateriaal hoe accurater, vlotter en correcter de feitelijke inschrijvingen en toewijzingen verlopen.

Omwille van de schaalgrootte van de stad Antwerpen met meer dan 240 vestigingsplaatsen van basisscholen heeft het LOP van in het begin de studiedienst Stadsobservatie (SSO) van de stad Antwerpen (destijds Databank Sociale planning Antwerpen) ingeschakeld om de gegevensverwerking en opmaak van de omgevingsanalyses uit te voeren. De SSO treedt op als externe verwerker voor het LOP Basisonderwijs Antwerpen.

Voor het uitvoeren van de omgevingsanalyse heeft de SSO nood aan gecodeerde persoonsgegevens, nl. leerlingengegevens op individueel niveau geanonimiseerd en verrijkt met de geografische locatie van de statistische sector van de woonplaats.

In de praktijk is het in de stad Antwerpen niet mogelijk dat het LOP van al de scholen op het grondgebied Antwerpen afzonderlijk de nodige gegevens opvraagt en verwerkt. Daarom werd in 2004 reeds een convenant opgemaakt tussen het LOP Basisonderwijs Antwerpen, departement Onderwijs en de stad Antwerpen voor de toelevering van de gegevens vanuit het departement Onderwijs.

Inmiddels is het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) de bevoegde instantie voor de gegevens van het basisonderwijs. De voorliggende aanvraag heeft dan ook betrekking op het verkrijgen van de gegevens van AgODi.

De gevraagde gegevens en de verantwoording ervan worden vermeld in de tabel in bijlage bij deze beraadslaging. 

Naar boven

Machtiging voor het meedelen van persoonsgegevens van houders van een doctoraatsdiploma door het agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming (AKOV) aan de POD Federaal Wetenschapsbeleid in het kader van een onderzoek naar Research & Development potentieel op het vlak van HR
 

Beraadslaging VTC nr. 16/2013 van 12 juni 2013 (link: VTC_beraadslaging_2013_16.pdf)

Vanuit een samenwerkingsakkoord tussen internationale instellingen - met name OESO en Unesco - is het initiatief gegroeid om naast de reeds bestaande indicatoren voor R&D en innovatie een onderzoek op te starten naar het R&D-potentieel op het vlak van human ressources. Het is in het kader van deze doelstelling dat het Federaal Wetenschapsbeleid, zoals in 2010, opnieuw een enquête wenst uit te voeren in 2013 bij alle houders van een doctoraatsdiploma die deze graad behaald hebben aan een Belgische universiteit.

Voor het contacteren van deze doelgroep zou Federaal Wetenschapsbeleid gebruik willen maken van een databank van het AKOV, met name de LED. De LED bevat rijksregisternummers, die het mogelijk zullen maken om de meest recente adresgegevens te bekomen. De gegevens uit de LED zullen door AKOV overgemaakt worden aan het Rijksregister. Federaal Wetenschapsbeleid krijgt nooit rijksregisternummers te zien.

Het verzenden van de enquêtes wordt uitgevoerd door het Rijksregister en de verwerking ervan zal gebeuren door het Federaal Wetenschapsbeleid. Het Rijksregister verstuurt de vragenlijsten met een code waarmee de respondenten kunnen inloggen op de website van Federaal Wetenschapsbeleid voor het elektronisch antwoordformulier. De eigenlijke verwerking, die “cleaning” en analyses inhoudt, wordt door Federaal Wetenschapsbeleid uitgevoerd.

In deze aanvraag bij de VTC vraagt het Federaal Wetenschapsbeleid dus de toestemming om de gegevens aangaande leer- en ervaringsbewijzen samen met de bijhorende minimale identificatiegegevens van de houder van de leer- en ervaringsbewijzen in kwestie te mogen ontvangen uit de leer- en ervaringsbewijzendatabank. Het betreft hier zowel het ontvangen van bestaande, nieuwe en mutaties van de reeds ontvangen bewijzen verbonden aan een INSZ. Er werd mondeling verduidelijkt dat het enkel het gegeven “heeft een doctoraatstitel behaald aan een Nederlandstalige universiteit (in België)” betreft.

Het Federaal Wetenschapsbeleid is niet geïnteresseerd in de identiteit van de betrokken personen, een geanonimiseerde databank volstaat voor hun doeleinden. Vandaar dat het Federaal Wetenschapsbeleid op geen enkel moment zal beschikken over gegevens die een identificatie van personen zullen toelaten. Op deze regel is wel een uitzondering voorzien: de respondent wordt in de mogelijkheid gesteld om zijn telefoonnummer en/of zijn e-mailadres in te vullen. Deze zullen gebruikt worden in geval dat de verstrekte informatie onvolledig of niet correct blijkt te zijn. Om de privacy van de respondent te garanderen, zal een bijkomende clausule in de enquête worden opgenomen, waarin bepaald wordt dat men niet verplicht is om deze gegevens mee te delen, alsook de redenen waarom naar deze gegevens gevraagd wordt.

De gevraagde gegevens en de verantwoording ervan worden vermeld in de tabel in bijlage bij deze beraadslaging.                 

Naar boven

Machtiging voor het meedelen van persoonsgegevens van cursisten Nederlands als tweede taal (NT2) en van het personeel van de Huizen van het Nederlands (HvN) door de HvN aan de Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO) en centra voor basiseducatie (CBE)
 

Beraadslaging VTC nr. 17/2013 van 12 juni 2013 (link: VTC_beraadslaging_2013_17.pdf)

Het betreft het meedelen van persoonsgegevens van anderstaligen die een cursus NT2 moeten of willen volgen. Bijkomend gaat het over contactgegevens van personeel van de Huizen van het Nederlands.

Momenteel wordt een nieuw elektronisch registratiesysteem ontwikkeld voor de onthaalbureaus (OB) en de HvN (de Kruispuntbank Inburgering (de KBI)2) . De OB en HvN kunnen via dit systeem hun cliënten opvolgen.

Aangezien de onthaalbureaus en de Huizen in functie van de trajecten die ze begeleiden nauw samenwerken met diverse partners (zoals VDAB, aanbodverstrekkers NT2, OCMW en VMSW) dienen met deze partners uitwisselingsstromen uitgebouwd te worden in dit nieuw registratiesysteem.

Voorliggende aanvraag voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens omhelst een van deze uitwisselingsstromen, namelijk de mededeling van gegevens tussen de HvN aan de CBE en CVO.

Binnen de opleidingsgebieden waarvoor de CBE en de CVO onderwijsbevoegdheid hebben, oefenen de HvN een specifieke decretale functie uit voor het opleidingsgebied Nederlands tweede taal (NT2). De bevoegdheid voor de organisatie en coördinatie van de intake, testing en doorverwijzing van cursisten die niet beschikken over een studiebewijs Nederlands tweede taal berust bij de HvN.

Om de decretale taken van de HvN m.b.t. intake, testing, doorverwijzing en administratieve opvolging van de cursist te kunnen uitvoeren, volstaan de gegevens die nodig zijn voor DAVINCI niet. DAVINCI staat voor Databank Volwassenenonderwijs Instellingen- en CursistenInformatie. DAVINCI is het nieuwe datamodel voor het Volwassenenonderwijs. Vanaf het moment dat DAVINCI operationeel is, zal alle communicatie over cursussen en cursisten tussen de centra en het ministerie via deze databank verlopen. Via DAVINCI worden enkel de gegevens uitgewisseld die nodig zijn voor het controleren van de toelatings- en inschrijvingsvoorwaarden van de cursist, maar niet de resultaten van de individuele cursist bij zijn testing en de opvolging van de relatie tussen de HvN en de aanbodverstrekkers NT2, met name de CBE en de CVO. Daarom is deze stroom van gegevensuitwisseling tussen de HvN en de CBE/CVO ook nodig.

ABB is verantwoordelijk voor de coördinatie, de voortgangscontrole en het technische beheer van de KBI.

De gevraagde gegevens en de verantwoording ervan worden vermeld in de tabel in bijlage bij deze beraadslaging.

Naar boven

Machtiging voor het meedelen van persoonsgegevens aan de afdeling Studietoelagen van het Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen binnen het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming om beraadslaging RR nr. 25/2012 uit te breiden met mededeling van de historiek van het persoonsgegeven ‘afstamming’ opgenomen in de bevolkingsregisters van de gemeenten met het oog op de automatische toekenning van studiefinanciering
 

Beraadslaging RR nr 28/2013 van 17 april 2013 (link: beraadslaging_RR_28_2013.pdf)

De afdeling Studietoelagen van het Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen, intern verzelfstandigd agentschap binnen het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming, hierna de aanvrager genoemd, heeft bij het Comité een aanvraag ingediend om mededeling te bekomen van de historiek van het persoonsgegeven ‘afstamming’ opgenomen in de bevolkingsregisters van de gemeenten teneinde de studiefinanciering automatisch toe te kennen aan leerlingen en studenten. Het gaat om een uitbreiding van de machtiging verleend bij beraadslaging RR nr. 25/2012 van 14 maart 2012.

Om te bepalen of een leerling of student in aanmerking komt voor een toelage, wordt uitgegaan van de leefeenheid van de betrokkene om het referentie-inkomen te bepalen. Accurate informatie over de afstammingsgegevens is noodzakelijk om na te gaan in welk type leefeenheid de betrokkene woont (cf. art. 34, § 1 van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse gemeenschap).

Mededeling van de actuele situatie inzake afstamming door het Rijksregister levert in veel gevallen geen correct beeld over de afstamming op, het betreft inhoudelijk enkel de laatst bekende afstammingscode (de laatste gebeurtenis). Wanneer de ouderlijke afstamming van beide ouders op een verschillend tijdstip vastgesteld wordt (bv. bij erkenning door de vader), levert het uitsluitend meedelen van de laatste afstammingscode de foutieve perceptie op dat het kind slechts één ouder heeft. Enkel toegang tot de historiek van het gegeven afstamming laat toe in alle gevallen vast te stellen of de afstamming vast staat ten aanzien van beide ouders.

Naast het toekennen van studiefinanciering in actuele dossiers wenst de aanvrager de dossiers uit het verleden te verifiëren, wat de gebruikte gegevens inzake afstamming betreft. De controle kan maximaal 10 jaar terug in de tijd gaan. Om na te gaan wat de toestand inzake afstamming was 10 jaar geleden was, moet gebruik gemaakt worden van nog oudere afstammingsgegevens, soms daterend van vóór de geboorte van de betrokken leerling of student.

De gevraagde gegevens en de verantwoording ervan worden vermeld in de tabel in bijlage bij deze beraadslaging. 

Naar boven

Machtiging voor het meedelen van persoonsgegevens van leerlingen uit het basis- en secundair onderwijs door het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) aan de scholen van het basis- en secundair onderwijs
 

Beraadslaging VTC nr. 01/2013 van 17 april 2013 (link: VTC_beraadslaging_2013_01.pdf)

Uit onderzoek is gebleken dat leerlingen die aan bepaalde kenmerken voldoen minder kansen maken in het onderwijs. Om scholen te stimuleren om voor dergelijk kinderen extra inspanningen te leveren worden extra middelen (financieel en lestijden) toegekend op basis van een aantal kenmerken. Het betreft volgende kenmerken die door de scholen aan AgODi moeten worden meegedeeld:

  • Thuisloos ( = tijdelijk of permanent buiten het eigen gezinsverband)
  • Trekkende bevolking (bv. foorkramers)
  • Thuistaal
  • Opleidingsniveau van de moeder

De kenmerken thuisloos en trekkende bevolking zijn minder stabiel en worden daarom jaarlijks (of bij veranderen van school) opnieuw aan de ouders gevraagd.

Vermits de gegevens thuistaal en lage opleiding moeder vrij stabiel zijn en om te vermijden dat de ouders telkens opnieuw hetzelfde formulier moeten invullen, krijgt de school de mogelijkheid om deze gegevens via Discimus op te vragen. De kenmerken thuistaal en lage opleiding moeder zijn afgeleid van volgende basiskenmerken:

  • Spreektaal met de moeder
  • Spreektaal met de vader
  • Spreektaal met de broer of zus
  • Spreektaal met de vrienden
  • Opleidingsniveau van de moeder

Deze gegevens kunnen door de school bij wie de leerling is ingeschreven, worden opgevraagd in Discimus. Een school zal echter maar van een leerling deze basiskenmerken en de afgeleiden ervan kunnen opvragen nadat een inschrijving in Discimus is geregistreerd. De teruggestuurde gegevens zijn gecodeerde gegevens van de leerling. Bij het opvragen door de school wordt in de webservice een unieke ‘vraag-id’ gestopt. Dus de vraag zelf krijgt een id. In het antwoord wordt de vraag-id teruggegeven. Het softwarepakket in de scholen moet de link leggen tussen de leerling en de verkregen kenmerken.

De gevraagde gegevens en de verantwoording ervan worden vermeld in de tabel in bijlage bij deze beraadslaging.

Naar boven

Wijziging van de machtigingen VTC nr. 03/2012, nr. 12/2012 en nr. 23/2012 voor het meedelen van persoonsgegevens van leerlingen uit het basis- en secundair onderwijs tussen het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) en de scholen van het basis- en secundair onderwijs met betrekking tot de voorwaarden van informatieveiligheid in de scholen
 

Beraadslaging VTC nr. 11/2013 van 17 april 2013 (link: VTC_beraadslaging_2013_11.pdf)

In de machtigingen van de VTC nr. 03/2012 van 14 maart 2012, nr. 12/2012 van 25 juli 2012 en nr. 23/2012 van 17 oktober 2012 werden voorwaarden m.b.t. de informatieveiligheid in de scholen van het basis- en secundair onderwijs volgende voorwaarden opgelegd.

De VTC stelt vast dat de opgelegde voorwaarden niet werden vervuld. AgODi heeft hierop gereageerd per brief en op 20 maart 2013 had een overleg plaats tussen de VTC, AgODi, GO! en de onderwijskoepels.

Bij brief van 21 december 2012 stelt AgODi het volgende: “(…) het sensibiliseren van de scholen efficiënter kan gebeuren via de bestaande kanalen. In eerste instantie zijn het GO! en de koepelorganisaties de meest aangewezen partners om de scholen aan te spreken en mede te ondersteunen in het uitbouwen van een informatieveiligheidsbeleid.”

Op het overleg van 20 maart 2013 tussen de VTC, AgODi, GO! en de koepelorganisaties werd afgesproken dat AgODi wil meewerken aan een informatieveiligheid in de scholen, maar de specifieke invulling hiervan moet gebeuren door het GO! en de koepels met respect voor de eigenheid van elke doelgroep.

AgODi zal de rol opnemen van coördinator van een ad hoc overleggroep van vertegenwoordigers van AgODi, GO! en de onderwijskoepels, die op geregelde tijdstippen zal samen komen.

Naar boven

Uitbreiding van de machtigingen VTC/24/2011 en VTC/25/2011 voor het mededelen van persoonsgegevens van het Departement Onderwijs en Vorming (departement OV) en het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming (AKOV) aan de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI) door een uitbreiding met drie variabelen
 

Beraadslaging VTC nr. 08/2013 van 13 februari 2013 (link: VTC_beraadslaging_2013_08.pdf)

Bij machtigingen VTC nrs. 24/2011 en 25/2011 werd de toestemming gegeven aan het Departement Onderwijs en Vorming en aan het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming (AKOV) tot het meedelen van onderwijsgegevens van personen die onderwijs gevolgd hebben in een Vlaamse onderwijsinstelling, aan ADSEI die nodig zijn om onderwijsvariabelen aan te maken zonder een enquête te organiseren.

In vermelde machtigingen werd bepaald dat de gegevens omtrent de uitgereikte leerbewijzen in het secundair en hoger onderwijs worden ter beschikking gesteld door het departement OV op basis van de Databank Secundair Onderwijs en de Databank Hoger Onderwijs. Intussen werd de Leer- en Ervaringsbewijzendatabank (LED) uitgebouwd en ter beschikking gesteld. Deze wordt beheerd door het AKOV en werd gemachtigd door de beraadslaging VTC nr. 04/2011. De LED bevat een volledig overzicht van de door individuen behaalde leer- en ervaringsbewijzen en is dan ook de aangewezen bron om de nodige gegevens mee te delen aan ADSEI in het kader van de bestaande machtigingen nr. 24/2011 en 25/2011.

Met de aktename VTC nr. 02/2012 van 11 april 2012 met betrekking tot de wijziging van de werkwijze voor de mededeling van de persoonsgegevens, vermeld in de machtigingen VTC nrs. 24/2011 en 25/2011 werd geakteerd dat de gegevens uit de LED worden gehaald.

Er werd bevestigd dat de aard van de gegevens die ter beschikking worden gesteld van ADSEI niet verandert. De LED doet immers zelf een beroep op de Databank Secundair Onderwijs en de Databank Hoger Onderwijs. De gewijzigde werkwijze betrof enkel de databank waaruit de gegevens fysiek worden gehaald.

Na een technische bespreking met de betrokken diensten van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming bleek intussen dat de LED afgeleide variabelen bevat die zeer nuttig zijn voor ADSEI in het kader van de Census 2011, meer bepaald ISCED studiegebied, Onderwerp en ISCED niveau. Voor de mededeling van deze gegevens wordt nu een machtiging gevraagd.

De gevraagde gegevens en de verantwoording ervan worden vermeld in de tabel in bijlage bij deze beraadslaging.  

Naar boven