Grensoverschrijdend gedrag in de klas

Verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag

Op school kunnen verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag voorkomen.

Vaak zijn de grenzen tussen deze verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag vaag en overlappen ze elkaar. 

Bekijk alle verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag.

Naar boven

Grensoverschrijdend gedrag voorkomen in de klas

Een school heeft de opdracht om kinderen en jongeren te helpen opgroeien tot gezonde en evenwichtige volwassenen die respect hebben voor elkaar. Dit is opgenomen in de eindtermen en ontwikkelingsdoelen. Tot deze opdracht behoort ook het voorkomen van en leren omgaan met (cyber)pesten en andere vormen van grensoverschrijdend gedrag.

Als leerkracht kan je hierbij ook helpen:

  • Zorg voor een warm en veilig klimaat in je klas, waar elke leerling zichzelf kan zijn en ontplooien.

  • Maak duidelijk dat (cyber)pesten of ander grensoverschrijdend gedrag niet kan.

  • Laat leerlingen weten bij wie ze terechtkunnen met vragen of meldingen rond grensoverschrijdend gedrag. 

  • Werk gedurende het volledige schooljaar actief aan groepsvorming en zet in op het versterken van het zelfvertrouwen van je leerlingen.

  • Ook je eigen houding is van belang. Ga na of je leerlingen zich goed voelen bij je aanpak in de klas:

    • Zijn er bepaalde frustraties, ligt de lat te hoog of net te laag?

    • Durven leerlingen je aanspreken over bezorgdheden of vragen?

    • Ben je zelf misschien negatief over een bepaalde leerling of laat je soms merken dat je sommige leerlingen minder leuk vindt?

  • Maak (cyber)pesten en andere vormen van grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar in de klas en werk samen met je leerlingen rond weerbaarheid en respect hebben voor elkaar.

Signalen van (cyber)pesten of ander grensoverschrijdend gedrag

Wees alert voor signalen van het slachtoffer bij (cyber)pesten of andere vormen van grensoverschrijdend gedrag:

  • De leerling is vaak afwezig of ziek. 

  • De leerling haalt plots slechtere resultaten. 

  • De leerling lijkt angstig, onzeker of is vaak neerslachtig of verdrietig.

  • De leerling is vaak teruggetrokken of kan boos of opstandig reageren.  

  • De leerling wordt vaak op een gemene, spottende, kleinerende of onvriendelijke manier behandeld. 

  • De leerling wordt vaak als laatste gekozen bij het indelen van groepjes of samenwerken. 

  • De leerling is vaak alleen tijdens de pauzes of blijft dicht bij de leerkracht. 

  • De leerling komt voor de les begint naar de klas of blijft na de les lang hangen. 

  • Bezittingen worden vaak beschadigd of de leerling heeft blauwe plekken, verwondingen of gescheurde kleren. 

Let ook op de signalen van leerlingen die pesten of ander grensoverschrijdend gedrag stellen:

  • De leerling is vaak tegendraads, impulsief en drukt zijn of haar eigen zin door.

  • De leerling gaat op een intimiderende en negatieve manier om met andere leerlingen en probeert bijstanders te overtuigen om mee te doen.

Let op hoe je deze signalen interpreteert. Een trauma, een moeilijke opvoedingssituatie of andere zaken kunnen ook leiden tot problematisch of controlerend gedrag. Dit is eerder een overlevingsmechanisme en pakken we op een andere manier aan. Lees hoe je het aanpakt.

Naar boven

Grensoverschrijdend gedrag aanpakken in de klas

  • Neem je leerlingen altijd ernstig. Klachten zijn subjectief en kunnen verschillen van leerling tot leerling. Individualiseer het probleem niet te snel. Problemen ontstaan vaak vanuit een wisselwerking tussen de leerling en zijn omgeving (klas, groep, leerkracht en school). 

  • Luister rustig naar het verhaal van de leerlingen en laat weten dat je het ernstig neemt en dat ze op je kunnen rekenen. Het is belangrijk dat leerlingen hun verhaal kunnen doen.

  • Ga onmiddellijk met de melding of het signaal aan de slag en schuif een tussenkomst niet op de lange baan:

    • In eerste instantie is het van belang om de veiligheid van de leerling te garanderen en ondersteuning te geven en voldoende informatie te verzamelen. 

    • Bespreek vervolgens de situatie binnen het leerkrachtteam, met de klastitularis of breng het aanspreekpunt binnen de leerlingenbegeleiding op de hoogte. Volg hiervoor de afspraken binnen je school. Betrek eventueel het CLB

    • Afhankelijk van de ernst van de situatie kan het schoolteam beslissen het intern af te handelen (bv. bij pesten), voor opvolging te zorgen binnen het CLB of de hulpverlening of een melding in te dienen bij politie en justitie (bv. bij misbruik of bij acute situaties waar de veiligheid van de leerling niet gegarandeerd kan worden).

  • Als de situatie intern wordt afgehandeld, zijn er een aantal aandachtspunten: 

    • Overloop samen met de betrokken leerlingen de afspraken en procedures binnen de school. Bekijk samen welke stappen genomen kunnen of moeten worden. Ga, voor je stappen onderneemt, altijd eerst het gesprek aan met het slachtoffer. Geef, indien mogelijk, inspraak.

    • Spreek elke leerling apart aan over concreet gedrag dat men geobserveerd heeft of waarvan melding is geweest. Wijs op de verantwoordelijkheid van de leerling. Keur het gedrag af, maar niet de persoon. Toon begrip voor eventuele persoonlijke problemen van de leerling, maar zie dit niet als een rechtvaardiging voor het grensoverschrijdend gedrag.

    • Oordeel niet te snel over het negatief gedrag van de leerling, maar probeer de reden ervan te achterhalen.

    • Houdt in het achterhoofd dat ook de leerling die grensoverschrijdend gedrag stelt meestal niet goed in zijn of haar vel zit of bepaalde problemen heeft. De leerling heeft vaak nood aan hulp en ondersteuning.

    • Werken met straffen alleen is meestal niet voldoende. Zet ook in op herstelgerichte maatregelen zodat de leerlingen het ook terug kunnen goedmaken. Zo worden de relaties en het vertrouwen tussen de betrokkenen en hun omgeving hersteld en versterkt.  

    • Betrek ook de bijstanders en werk samen aan een oplossing om grensoverschrijdend gedrag geen kans meer te geven. 

    • Betrek ook de ouders en geef voldoende feedback. 

    • Volg de situatie verder op en ga na of het grensoverschrijdend gedrag daadwerkelijk gestopt is. Pols regelmatig naar het welzijn van de betrokken leerlingen. Als de betrokken leerlingen verdere begeleiding nodig hebben, kan hiervoor beroep gedaan worden op het CLB.

    • Een voorbeeld van een handelingsprotocol vind je in het Raamwerk Seksualiteit en Beleid Onderwijs van Sensoa. 

Naar boven


Extra informatie

Verwante pagina's

Ouders en leerlingen

Onderwijspersoneel

Directies en administraties

Websites